Artikel: Verduistering en diefstal in het kader van art. 3:86 lid 3 BW. Gelijke monniken, gelijke kappen?

De minister heeft een strafrechtelijke betekenis aan het woord ‘diefstal’ willen geven. Dat volgt niet alleen uit de Parlementaire Geschiedenis, maar ook uit de rechtspraak. De jurist die met de vraag wordt geconfronteerd of het aanbeveling verdient om verduisterde goederen via een procedure terug te halen zal deze vraag uiteraard naar omstandigheden moeten beantwoorden. Het bewijsvermoeden dat ten bate van de derdeverkrijger geldt maakt het echter in de praktijk moeilijk te bewijzen dat laatstgenoemde te kwader trouw is, nu het slechts wijkt voor tegendeelbewijs. Het verdient dan ook vaak aanbeveling om de verduisteraar aan te spreken, zodat de gedepossedeerde eigenaar toch een vorm van genoegdoening ontvangt. Hoewel het ‘keiharde’ goederenrecht hem veelal geen soelaas zal bieden, zal het ‘redelijke en billijke’ verbintenissenrecht dat wel kunnen doen.

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF