Artikel: Van controle naar bestraffing, de cautie, het verzuim en hun gevolgen

Bij het uitoefenen van controlebevoegdheden kan de controleur op zodanige onregelmatigheden stuiten, dat de verdenking ontstaat dat door de gecontroleerde een strafbaar feit is begaan. Veelal is de controleur ook (bijzonder) opsporingsambtenaar en aldus komen aan hem dan enerzijds verregaande bevoegdheden toe, maar anderzijds ook verantwoordelijkheden. Datzelfde geldt voor de gecontroleerde. In het kader van de controle zal hij moeten meewerken, bijvoorbeeld door inzage of informatie te verschaffen, maar als verdachte komt hem dan wel het zwijgrecht toe.

De controleur zal in zijn hoedanigheid van opsporingsambtenaar bij vragen naar de betrokkenheid bij het strafbare feit (zijnde een verhoor als bedoeld in art. 29 Sv), de verdachte erop moeten wijzen dat deze niet tot antwoorden is verplicht. Voor het punitieve bestuursrecht is dat niet anders. Degene die wordt verhoord met het oog op het aan hem opleggen van een bestraffende sanctie, is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de overtreding af te leggen en dat behoort aan de betrokkene te worden medegedeeld (art. 5:10a Awb). De gedachte is dat de verdachte of betrokkene wel moet weten wat zijn recht op dit punt is en het is de verhoorder die hem daarop opmerkzaam moet maken. In deze rubriek behandel ik twee recente uitspraken in dit kader.

Lees verder:

Print Friendly and PDF