Artikel: Het geheim van de dokter in Straatsburg onthuld?

Zonder toestemming van de verschoningsgerechtigde arts mogen brieven of andere geschriften waarop geheimhouding rust niet in beslag worden genomen. De ratio hiervan is dat eenieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde voor bijstand en advies tot de verschoningsgerechtigde moet kunnen wenden. De laatste decennia laat de Hoge Raad echter toe dat het verschoningsrecht in zeer uitzonderlijke omstandigheden moet wijken voor de waarheidsvinding, zodat ook zonder toestemming van de arts kennis kan worden genomen van de stukken. De rechter dient een beroep op het verschoningsrecht te beoordelen aan de hand van enkele door de Hoge Raad geformuleerde factoren. Uit de rechterlijke motivering moet blijken waarom doorbreking van het verschoningsrecht in een concrete zaak al dan niet is aangewezen.

Sinds enkele jaren wijzen verschillende auteurs erop dat artikel 2 EVRM (recht op leven), artikel 3 EVRM (verbod van foltering of ill-treatment) en artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van privé- en familieleven) van invloed kunnen zijn op de reikwijdte van het medisch verschoningsrecht. Uit die bepalingen volgt onder meer de positieve verplichting – een aan de overheid gerichte plicht tot handelen – om onderzoek in te stellen naar (vermoedelijke) schending van de daarin besloten liggende mensenrechten. Ook indien (dodelijk) letsel niet wordt toegebracht door een overheidsfunctionaris kan schending van artikel 2, 3 of 8 EVRM ontstaan wanneer een staat er onvoldoende blijk van geeft een accuraat en onafhankelijk onderzoek te hebben ingesteld naar de oorzaak ervan. De auteurs wijzen erop dat schending zou kunnen ontstaan indien een onderzoek naar (dodelijk) letsel wordt gefrustreerd doordat een arts met succes een beroep doet op het verschoningsrecht, met name wanneer het letsel door een medische fout is veroorzaakt. De Hoge Raad heeft hieraan in zoverre gehoor gegeven, dat hij eenmaal de problematiek rondom het medisch verschoningsrecht expliciet in verband heeft gebracht met de uit artikel 2 EVRM voortvloeiende positieve verplichting voor de staat tot het doen van effectief en onafhankelijk onderzoek.

Dát een verband bestaat tussen het medisch verschoningsrecht en de uit het EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen is niet aan twijfel onderhevig. Maar minder zekerheid bestaat over het antwoord op de vraag in hoeverre het door de Hoge Raad ontwikkelde leerstuk van de zeer uitzonderlijke omstandigheden strookt met de uit het EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen. In dit artikel beogen de auteurs een antwoord op die vraag te formuleren. 

Lees verder:

 


 

Print Friendly and PDF