Artikel: De uiterlijke verschijningsvorm in het strafrecht. Een spel zonder duidelijke spelregels?

Bij verschillende algemene leerstukken in het strafrecht heeft de wetgever de rechter weinig ‘spelregels’ meegegeven voor de invulling daarvan. De rechter maakt bij de invulling van de hem gelaten ruimte bij onder andere de poging, het (voorwaardelijk) opzet en de strafbare voorbereidingshandelingen (in bepaalde gevallen) gebruik van de figuur van de uiterlijke verschijningsvorm. De door Van Kessel geconstateerde diversiteit van de uiterlijke verschijningsvorm roept de vraag op of wel sprake is van een (tot op zekere hoogte) vooropgestelde systematiek.

Lees verder:

 

 

 

Print Friendly and PDF