Art. 36f Sr. Schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente

Hoge Raad 22 mei 2012, LJN BW6214

Moet de hoogte van de schadevergoedingsmaatregel voor wat betreft de wettelijke rente in een concreet bedrag worden uitgedrukt? 

Hoge Raad

Nee, uit de relevante wettelijke bepalingen (art. 6:162, eerste lid, BW, art. 6:119, eerste lid, BW, art. 6:83, aanhef en onder b, BW) in onderling verband beschouwd, vloeit voort dat de wettelijke rente over het als schadevergoeding te betalen bedrag, verschuldigd wegens de vertraagde voldoening daarvan, behoort tot de door het strafbare feit toegebrachte schade waarvoor de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is als bedoeld in art. 36f, tweede lid, Sr. Deze wettelijke rente is zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf het moment waarop de schade is ingetreden, te weten het moment waarop het bewezenverklaarde strafbare feit is gepleegd, tot aan de dag der algehele voldoening. Dit brengt mee dat de verplichting tot betaling van een geldsom ten behoeve van het slachtoffer het bedrag van de wettelijke rente kan en mag omvatten.


De omvang van het bedrag van de wettelijke rente hoeft niet nader of in een concreet bedrag te worden uitgedrukt. Het verschuldigde bedrag staat immers met voldoende mate van nauwkeurigheid vast indien het bedrag van de door het strafbare handelen veroorzaakte schade is bepaald en ten aanzien daarvan is vastgesteld vanaf welke dag de wettelijke rente is verschuldigd.

AG Hofstee

Ingevolge de aangehaalde bepalingen heeft de onrechtmatige gedraging van de verdachte tot gevolg dat hij schadeplichtig is jegens de benadeelde partij en dat hij zonder ingebrekestelling de wettelijke rente over het schadebedrag verschuldigd is vanaf het moment dat de schade is ingetreden. Anders dan het middel stelt, dient de rechter de hiervoor bedoelde rente niet op een concreet bedrag te bepalen.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF