Anonieme informatie als startinformatie voor een opsporingsonderzoek

Gerechtshof Amsterdam 30 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1963 (gepubliceerd op 4 juli 2014)

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 20 juli 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie III, te weten revolver (merk Nagant), en/of munitie van categorie III, te weten 4, althans één of meer patro(o)n(en) (kaliber .32 S&W L), voorhanden heeft gehad.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep onder meer betoogd - zakelijk weergegeven - dat het gebruik van informatie die is verkregen van een anoniem gebleven persoon als basis om dwangmiddelen toe te passen, primair dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dan wel tot bewijsuitsluiting van het door de inzet van die dwangmiddelen verkregen bewijs zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Volgens de raadsman is de informatie niet op haar betrouwbaarheid getoetst en daardoor is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim.

Voorts heeft de raadsman betoogd dat het vuurwapen mogelijk al in de auto lag voordat de verdachte over de auto kon beschikken.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Een redelijk vermoeden van de aanwezigheid van wapens en munitie als bedoeld in artikel 49 van de Wet wapens en munitie (WWM) kan worden aangenomen op basis van een anonieme melding. Voorts kan de politie anonieme informatie gebruiken als startinformatie voor een opsporingsonderzoek. Aangezien de melder of tipgever in beginsel anoniem blijft en diens betrouwbaarheid niet of nauwelijks kan worden getoetst, dient naar de inhoud van de melding nader onderzoek plaats te vinden. Het resultaat van dat onderzoek kan er vervolgens toe leiden dat er een zodanige verdenking ontstaat dat dwangmiddelen gebruikt kunnen worden. In de onderhavige zaak gaat het om het volgende.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van 20 juli 2011 van de verbalisanten verbalisant 1, verbalisant 2 en verbalisant 3 blijkt onder meer dat het onderzoek in de onderhavige strafzaak is gestart nadat verbalisant 1 op 20 juli 2011 te 16:00 uur op het Bijlmerplein te Amsterdam Zuidoost sprak met een hem ambtshalve van gezicht bekende man, die hem verklaarde:

Die verdachte bewaart in zijn grijze Lexus een vuurwapen achter het dashboard. Het zit vlak boven zijn radio, je moet het dashboard daar een beetje loswrikken.

Vervolgens zag verbalisant 1 aan het politiebureau Flierbosdreef in de hem ter beschikking gestelde politiesystemen dat verdachte van 18/09/1983, regelmatig zou rijden in een Lexus voorzien van kenteken.

Hierop ging verbalisant 1 omstreeks 19:35 uur samen met de verbalisanten verbalisant 2, verbalisant 4 en verbalisant 3 naar het basketbalveldje nabij de flat Hoptille. Het was verbalisant 1 ambtshalve bekend dat verdachte daar regelmatig zou komen. Hierop zagen de verbalisanten om 19:38 uur voornoemde Lexus staan, geparkeerd bij garage Huigenbos. Zij zagen dat verdachte in de Lexus wilde stappen. Verbalisant 1 hield verdachte staande op grond van de Wet wapens en munitie en zag dat verdachte de autosleutel in zijn hand had. Vervolgens vroeg verbalisant 1 aan verdachte of hij verdachte was en of het zijn auto was. Verbalisant 1 hoorde verdachte zeggen: “Ja”, en zei vervolgens dat hij van de politie was en dat zij informatie hadden dat hij in het bezit zou zijn van een vuurwapen.

Hierop stapte verbalisant 1 in de Lexus en bekeek samen met verbalisant 3 de plek boven de autoradio. Zij zagen vervolgens dat het dashboard losraakte nadat verbalisant 1 dit heen en weer wrikte. Hierop zagen zij achter het dashboard een zwart kleurige sok liggen met daarin een voorwerp met de vorm van een revolver. Hierop deelde verbalisant 1 zijn collega verbalisant 2 mede dat verdachte kon worden aangehouden op grond van de Wet wapens en munitie. De revolver is vervolgens veiliggesteld door verbalisant 4, waarbij is vastgesteld dat het vermoedelijk gaat om een revolver van het type Nagant.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 16 april 2014 heeft het hof verbalisant 1 als getuige gehoord en deze heeft onder meer verklaard dat hij, nadat hij met de tipgever op straat had gesproken, het belangrijk vond om de gekregen informatie te onderzoeken nu verdachte een prominent lid van de groep is.

Gelet op hetgeen hiervoor is gerelateerd is het hof van oordeel dat de stelling van de raadsman dat de anonieme informatie niet inhoudelijk en op haar betrouwbaarheid is getoetst, niet juist is. Het hof is van oordeel dat de inhoud van de informatie verkregen van de anoniem gebleven persoon tamelijk concreet is en in combinatie met de nader verkregen gegevens een voldoende grondslag vormden voor een verdenking van overtreding van de WWM om toepassing te geven aan de bevoegdheid verdachte staande te houden en op grond van de WWM de auto te doorzoeken. Een verdenking tegen verdachte op grond van art. 27 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is eerst later ontstaan, zoals in het proces-verbaal van bevindingen is gerelateerd

Ten overvloede overweegt het hof dat uit de stukken van het geding en het onderzoek ter terechtzitting duidelijk is geworden dat de Lexus met het kenteken op 7 januari 2011 voor het eerst voorkomt in het systeem van de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) en dat het voertuig op naam van de verdachte wordt gesteld. Op 14 januari 2011 wordt voornoemd voertuig op naam gesteld van familielid verdachte en op 7 juli 2011 wordt het voertuig op naam gesteld van betrokkene. Gedurende de periode tussen 22 januari 2011 en 20 juli 2011 zijn er negen politiemutaties, waarin wordt beschreven dat de verdachte de bestuurder/eigenaar van voornoemd voertuig was ondanks dat het voertuig niet op zijn naam stond.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat het vuurwapen in Nederland op enig moment in de Lexus is gestopt. Nu de verdachte bij de politie onder meer heeft verklaard dat hij de enige bestuurder van de Lexus is en dat alleen hij in het bezit is van de sleutel van de Lexus, is het hof van oordeel dat de verdachte minst genomen zich bewust is geweest van de aanwezigheid van het vuurwapen met munitie in de Lexus. De verklaring van de verdachte dat als hij naar een coffeeshop gaat de mensen met wie hij in de auto was dan in de auto blijven zitten, maken dit naar het oordeel van het hof niet anders.

Het alternatieve scenario van de raadsman, te weten dat het vuurwapen mogelijk al in de auto lag voordat de verdachte over de auto kon beschikken, acht het hof niet aannemelijk en overigens onvoldoende onderbouwd, nu de tip zeer specifiek was en direct in de richting van de verdachte wees.

De verweren van de raadsman worden dan ook verworpen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF