Algemene termijnenwet: gelijkstelling van 30 mei 2014, 2 juni, 4 en 15 mei 2015 en 6 mei 2016 met een algemeen erkende feestdag

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7011 De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie op 8 mei 2014 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard omdat dit niet tijdig is ingesteld. De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene voert tegen de beslissing van de kantonrechter aan dat hij zijn op 29 mei 2014 gedateerde bezwaarschrift diezelfde dag heeft gepost en dat het hem niet kan worden aangerekend dat niet is komen vast te staan of het op tijd is verzonden, nu de enveloppe waarin het is verzonden niet is toegevoegd aan het dossier. Bovendien zijn er in het algemeen veel problemen met de postbezorging en heeft ook de betrokkene daarmee regelmatig te kampen. Mogelijk is zijn tijdig verzonden verzetschrift daarom later dan gebruikelijk bij de rechtbank ontvangen.

Beoordeling hof

Ingevolge artikel 26, derde lid, van de WAHV dient een verzetschrift binnen een termijn van twee weken na de betekening van het dwangbevel te worden ingediend bij de rechtbank van het arrondissement waar het adres is van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd.

Het hof past in verzetzaken enkele bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht analoog toe. Artikel 6:9, eerste en tweede lid, van de Awb bepalen dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen, alsmede dat bij verzending per post het beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

In het dossier bevindt zich een afschrift van het op 8 mei 2014 uitgevaardigde dwangbevel. Dit dwangbevel is op 16 mei 2014 aan de betrokkene in persoon betekend. De termijn voor het indienen van een verzetschrift eindigde met toepassing van de Algemene Termijnenwet en het Besluit van 17 juni 2013, nr. 13.001210, houdende gelijkstelling van (vrijdag) 30 mei 2014 met een algemeen erkende feestdag, op maandag 2 juni 2014. Het verzetschrift is gedateerd 29 mei 2014 en is blijkens een daarop gesteld stempel op (dinsdag) 10 juni 2014 ter griffie van de rechtbank ingekomen. De enveloppe waarin het verzetschrift is verzonden, ontbreekt, zodat niet kan worden vastgesteld dat de betrokkene het verzetschrift niet uiterlijk op 2 juni 2014 ter post heeft bezorgd.

In aanmerking genomen dat maandag 9 juni 2014 een algemeen erkende feestdag was als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Algemene Termijnenwet, eindigde de termijn van een week, genoemd in artikel 6:9, tweede lid, Awb, gelet op artikel 1, eerste lid, van de Algemene Termijnenwet, op 10 juni 2014. Gelet hierop is het verzet bij de kantonrechter tijdig ingesteld. Dat brengt mee dat de bestreden beslissing niet in stand kan blijven.

Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF