Afwijzing getuigenverzoek niet begrijpelijk, verklaring verdachte steunt aangifte niet op het betwiste onderdeel

Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1207

De verdachte is bij arrest van 4 augustus 2015 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens bedreiging veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van tachtig uren subsidiair veertig dagen hechtenis.

Middel

Het middel klaagt over afwijzing door het Hof van het door de verdediging gedane voorwaardelijke verzoek tot het horen van de aangeefster "betrokkene 1" en "betrokkene 2" als getuige.

Beoordeling Hoge Raad

Aan de afwijzing van het verzoek tot het horen van de aangeefster en "betrokkene 2" als getuige heeft het Hof in de kern ten grondslag gelegd dat het geen reden heeft te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de aangeefster, mede gelet op de steun die deze verklaring vindt in de overige bewijsmiddelen. In het licht van hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, is dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk. De Hoge Raad neemt daarbij in aanmerking dat het Hof heeft vastgesteld dat "betrokkene 2" de tenlastegelegde fysieke en verbale bedreigingen niet heeft gezien en gehoord, alsmede dat de tot het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte enkel inhoudt dat hij boos werd en de aangeefster heeft uitgescholden. Derhalve heeft het door het Hof in aanmerking genomen steunbewijs geen betrekking op de door de verdachte betwiste onderdelen van de hem belastende verklaring van de aangeefster (vgl. HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016, rov. 3.2.2).

Het middel is terecht voorgesteld.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF