Afpersing: Uitleg begrip ' bevoordeling' als bedoeld in artikel 317 Sr

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 februari 2017,  ECLI:NL:GHSHE:2017:923

Onder 1 is ten laste gelegd dat de verdachte de autosleutels van aangeefster heeft afgeperst.

In hoger beroep is van de zijde van de verdachte, evenals in eerste aanleg, aangevoerd dat verdachte niet het oogmerk had om zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen met de autosleutels, nu de verdachte enkel en alleen in de auto van aangeefster wilde kijken of zijn kluis zich daar bevond, en zich niet de sleutels of de auto – dan wel een ander goed van economische waarde – wilde toe-eigenen. Voorts volgt, aldus de raadsvrouwe, uit het dossier niet dat de verdachte geweld heeft toegepast of aangeefster naam heeft bedreigd om de autosleutels te verkrijgen, omdat de verdachte zelf de autosleutels van de tafel heeft gepakt.

Het hof overweegt in aanvulling op de overwegingen van de rechtbank als volgt:

Ten eerste overweegt het hof dat voor een bewezenverklaring van het onder dwang doen afgeven van enig goed niet vereist is dat dit goed ook fysiek wordt overgedragen door degene die tot afgifte wordt gedwongen. De gedwongen afgifte kan ook bestaan uit het onder dwang gedogen dat een goed wordt meegenomen dat zich niet in handen van degene bevindt die tot afgifte wordt gedwongen. De verklaring van de minderjarige dochter van verdachte bij de politie dat zij zag dat verdachte (haar vader) de sleutelbos van aangeefster van de tafel pakte (en deze dus niet direct uit handen van aangeefster ontving), doet daar niet aan af.

Naar het oordeel van het hof dient hierbij het geheel van de gedragingen van verdachte in aanmerking te worden genomen, te weten het zonder toestemming de woning en de slaapkamer van aangeefster binnen stormen, het vervolgens in haar slaapkamer dreigend tonen van een mes en met luide stem tegen aangeefster roepen dat zij dood moest of woorden van gelijke dreigende strekking. Vervolgens heeft verdachte, blijkens de verklaring van aangeefster , naar aangeefster geroepen dat zij de autosleutels moest geven en dat deed hij op zeer indringende toon, zodat aangeefster die sleutels maar heeft gegeven in de hoop dat verdachte weg zou gaan. Aldus heeft verdachte jegens aangeefster een zodanig dreigende sfeer gecreëerd dat het kort daarop wegnemen van haar autosleutels moet worden gezien als een gedwongen afgifte van die sleutels.

Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte het oogmerk had zich wederrechtelijk te bevoordelen door aangeefster te dwingen tot afgifte van haar autosleutels. Onder bevoordeling als bedoeld in artikel 317 Sr verstaat het hof: elke verbetering van de positie, mits deze verbetering (dit voordeel) economische waarde heeft.

In het onderhavige geval heeft de verdachte zich onder bedreiging meester gemaakt van de autosleutels van aangeefster teneinde toegang te krijgen tot haar auto, opdat hij kon nagaan of zijn kluis (die uit zijn huis was ontvreemd) zich in de auto bevond. Dit laatste kan naar het oordeel van het hof worden aangemerkt als een voordeel met enige economische waarde. Immers, verdachte had – in zijn eigen voorstelling van zaken – daarmee een kans om zijn kluis met inhoud (volgens verdachte: o.a. spaargeld) terug te halen.

De verdachte heeft door middel van eigenrichting, te weten door het zonder toestemming betreden van de woning van aangeefster , door het dreigen met een mes en het bedreigen van aangeefster met de dood, deze bevoordeling op wederrechtelijke wijze nagestreefd. Het hof acht dan ook het voor afpersing vereiste oogmerk op wederrechtelijke bevoordeling bewezen verklaard.

 

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

Print Friendly and PDF