Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling van voormalig Arubaanse minister wegens onder meer ambtelijke corruptie kan in stand blijven

De veroordeling van de voormalig minister van Sociale Zaken, Jeugdbeleid en Arbeid van Aruba wegens onder meer ambtelijke omkoping, het medeplegen van verduistering en witwassen kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Paridaens de Hoge Raad in haar conclusie.

De zaak

De verdachte in deze zaak was in de periode oktober 2013 tot eind maart 2017 minister van Sociale Zaken, Jeugdbeleid en Arbeid op Aruba. De door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie bewezenverklaarde feiten jegens de verdachte komen in de kern neer op of hangen samen met de in die hoedanigheid begane ambtelijke corruptie. Deze corruptie bestond volgens het Hof onder meer uit het verlenen van ontheffingen van arbeidsvergunningen in ruil voor financieel voordeel, mede bestaande uit kortingen bij lokale ondernemingen en/of steekpenningen. Bij deze corruptie heeft de verdachte gebruik gemaakt van de ‘Stichting Leadership and Excellence’, een stichting die met het oog op (donaties ten behoeve van) de politieke campagnefinanciering van de verdachte is opgericht.

Het Hof veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaar en een ontzetting uit het ambt en uit het recht om tot lid van de algemeen vertegenwoordigende organen te worden gekozen voor een periode van acht jaar. De verdachte stelde tegen deze uitspraak beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

Cassatie(klachten)

De advocaat van de verdachte vraagt de Hoge Raad de uitspraak van het Hof te vernietigen. In cassatie wordt er onder meer over geklaagd dat het wetsartikel dat voorschrijft dat bij de opsporing, vervolging en berechting van een minister wegens ambtsmisdrijven de bevoegdheden van het OM moeten worden uitgeoefend door of namens de procureur-generaal, niet of onjuist is toegepast. Ook zou volgens de advocaat de bewezenverklaring van verduistering gelet op de herkomst van het geld niet begrijpelijk zijn gemotiveerd en zou het Hof ten onrechte het verweer over de detentieomstandigheden van de verdachte hebben verworpen.

Advies AG

Het Wetboek van Strafvordering van Aruba schrijft voor dat indien een minister ervan wordt verdacht ambtsmisdrijven te hebben begaan, de bevoegdheden van het Openbaar Ministerie (OM) bij de opsporing, vervolging en berechting worden uitgeoefend door de procureur-generaal. De procureur-generaal mag ook andere leden van het OM een bijzondere aanwijzing geven om deze bevoegdheden namens hem uit te oefenen.

De AG stelt zich in haar conclusie op het standpunt dat het Hof in de zaak die nu aan de orde is op begrijpelijke wijze heeft geoordeeld dat sprake was van zo’n bijzondere aanwijzing. Daardoor mochten ook andere leden van het OM bevoegdheden uitoefenen bij de opsporing, vervolging en berechting van de verdachte. Er was dan ook geen sprake van handelen in strijd met de wet. De eerste cassatieklacht van de advocaat van de verdachte kan daarom niet slagen.

Volgens de AG falen ook de klacht over de veroordeling wegens verduistering en de klacht over de verwerping van het verweer over de detentieomstandigheden. De AG geeft de Hoge Raad in overweging deze klachten met een verkorte motivering af te doen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht.

De medeverdachte in de samenhangende (cassatie)zaak is veroordeeld voor haar rol als tussenpersoon bij een deel van de corruptie. Zij kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden opgelegd en een taakstraf van 150 uur. Ook zij stelde beroep in cassatie in. De AG adviseert de Hoge Raad dit cassatieberoep eveneens te verwerpen.

Wat de AG betreft kunnen de veroordelingen en de opgelegde straffen in beide zaken dan ook in stand blijven.

Uitspraak Hoge Raad

De uitspraak van de Hoge Raad is (voorlopig) bepaald op 7 februari 2023.

Conclusies

Print Friendly and PDF ^