Aanpak faillissementsfraude: Opstelten komt met wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod

Frauderende bestuurders kunnen straks met een civiel bestuursverbod steviger worden aangepakt om te voorkomen dat zij het handelsverkeer verdere schade toebrengen. Met een verbod krijgen rechters meer mogelijkheden bestuurders die zich met faillissementsfraude bezighouden buiten spel te zetten.

Dit blijkt uit een wetsvoorstel van 29 maart 2013 van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie dat voor advies naar verschillende instanties is gestuurd.

Algemeen

De bewindsman wil faillissementsfraude effectiever bestrijden en verhinderen dat frauduleuze bestuurders hun activiteiten via allerlei omwegen en met nieuwe ondernemingen ongehinderd kunnen voortzetten.

De maatregel zorgt ervoor dat zij maximaal vijf jaar geen rechtspersoon kunnen besturen. Het betreft alle rechtspersonen - verenigingen, stichtingen, NV’s, BV’s, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Veel bedrijven zijn in de vorm van een rechtspersoon opgericht. Vereist is dat het onbehoorlijk bestuur zich in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement van het bedrijf heeft voorgedaan.

Een bestuurder moet ‘in ernstige mate’ tekort zijn geschoten in zijn verplichtingen, bijvoorbeeld als zaken vlak voor een faillissement zijn weggesluisd om schuldeisers te benadelen. Ook wil Opstelten het bestuursverbod kunnen opleggen als sprake is van kort op elkaar volgende faillissementen met dezelfde bestuurder. De grens ligt bij drie faillissementen in drie jaar, tenzij de bedrijven kopje onder zijn gegaan door een ongelukkige samenloop van omstandigheden zoals een betalingsweigering van een grote debiteur.  Verder biedt de regeling de mogelijkheid bestuurders aan te pakken die achter een web van rechtspersonen zitten om fraude te maskeren.

Zowel de officier van justitie als de curator kunnen de rechter vragen een civiel bestuursverbod uit te spreken. Het betekent dat betrokkene niet langer als bestuurder kan aanblijven bij het failliete bedrijf en bij eventuele andere rechtspersonen. Ook kan hij niet opnieuw bestuurder of commissaris worden.

Tot slot komt er een openbaar register waardoor op eenvoudige wijze (online) is na te gaan wie een bestuursverbod heeft. Dat is van belang voor de notaris en de Kamer van Koophandel, zij werken niet mee aan de oprichting en inschrijving van een onderneming als een bestuurder wordt benoemd met een bestuursverbod.

Het bestuursverbod in verhouding tot de bestaande civielrechtelijke bevoegdheden

Het bestuursverbod wordt toegevoegd aan de bestaande civielrechtelijke toezichtsinstrumenten:

  • intern toezicht
  • enquêteprocedure
  • bestuurdersaansprakelijkheid op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur
  • faillissementspauliana

Het gaat bij al deze instrumenten om herstel of toezicht achteraf. Het civielrechtelijk bestuursverbod is toekomstgericht en preventief van aard. Het bestuursverbod is hiermee een aanvulling op deze instrumenten.

Het civielrechtelijk bestuursverbod betreft een uitzonderlijke sanctie voor uitzonderlijke situaties. Een bestuursverbod na een uitgesproken faillissement zal geen automatisme zijn. Het wetsvoorstel bevat op dit punt de nodige waarborgen.

Het bestuursverbod in verhouding tot de bestaande strafrechtelijke bevoegdheden

Het civielrechtelijk bestuursverbod heeft ten opzichte van het strafrechtelijk beroepsverbod een belangrijke toegevoegde waarde. Het biedt de mogelijkheid om in geval van faillissement snel passende maatregelen te nemen jegens bestuurders die verwijtbaar hebben gehandeld; een civielrechtelijk bestuursverbod kan worden verzocht of gevorderd ook onafhankelijk van de vraag of misstanden rond een faillissement uiteindelijk aanleiding geven tot strafrechtelijke vervolging.

Civielrechtelijke gevolgen van het bestuursverbod

  • De betrokkene kan niet langer zijn taak als bestuurder uitoefenen bij de failliete rechtspersoon en eventuele andere rechtspersonen waar hij bestuurder is.
  • De bestuurder kan niet opnieuw tot bestuurder kan worden benoemd. Wordt in strijd hiermee gehandeld, dan is een besluit tot benoeming van een bestuurder op grond van artikel 2:14 BW nietig.

Handhaving

De notaris en de Kamer van Koophandel mogen niet meewerken aan de oprichting en inschrijving van een vennootschap waarin een bestuurder wordt benoemd die een bestuursverbod opgelegd heeft gekregen.

Zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat iemand formeel niet, maar de facto wel leiding gaat geven aan een rechtspersoon. Om te voorkomen dat een opgelegd bestuursverbod zo kan worden omzeild, bijvoorbeeld door constructies met stromannen waarin de rechtspersoon feitelijk door iemand anders wordt bestuurd, is het van belang dat ook aan personen die het beleid bepalen als waren zij bestuurders een bestuursverbod kan worden opgelegd.

In het verlengde hiervan ligt de omstandigheid dat de inschrijving van buitenlandse rechtspersonen door de Kamer van Koophandel wordt geweigerd, als blijkt dat deze rechtspersoon door iemand wordt bestuurd aan wie in Nederland een bestuursverbod is opgelegd.

 

 

Meer weten over faillissementsfraude en (de gevolgen van) het wetsvoorstel? Schrijf je in voor de cursus Faillissementsfraude.

Ga voor meer informatie naar: www.bijzonderstrafrechtacademie.nl/faillissementsfraude.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF