Autoriteit Persoonsgegevens publiceert beleidsregels cameratoezicht

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft op 28 januari 2016 de 'Beleidsregels voor de toepassing van bepalingen uit de Wet bescherming persoonsgegevens en de Wet politiegegevens' gepubliceerd. Deze beleidsregels Cameratoezicht vervangen de publicatie ‘Camera’s in het publieke domein. Privacynormen voor het cameratoezicht op de openbare orde’ (2004) van het College bescherming persoonsgegevens (CBP), tegenwoordig de Autoriteit Persoonsgegevens. Diverse ontwikkelingen, zowel op het gebied van wetgeving als op het gebied van de technologie, waren aanleiding voor deze nieuwe publicatie.

De beleidsregels vormen een uitwerking van bepalingen uit de Wet bescherming persoonsgegevens en de Wet politiegegevens die relevant zijn voor cameratoezicht door private of publieke organisaties ter beveiliging van personen en goederen en door gemeenten ter handhaving van de openbare orde. Ook wordt ingegaan op de inzet van nieuwe technologieën bij cameratoezicht, zoals drones, dashcams en andere slimme camera’s.

Aangezien de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) algemeen van aard zijn, kan de uitwerking van die bepalingen in deze beleidsregels ook van toepassing zijn op verwerkingen van ander beeldmateriaal, zoals foto’s, en voor andere doeleinden, zoals cameraobservatie, die ook onder het wettelijke regime van de Wbp vallen.

De beleidsregels dienen in eerste instantie als leidraad voor organisaties die gebruik (willen) maken van cameratoezicht en als uitgangspunt voor de Autoriteit Persoonsgegevens bij haar toezichthoudende taak. Daarnaast kunnen ze ook voor ontwikkelaars en leveranciers van (slimme) digitale camerasystemen als leidraad dienen bij de ontwikkeling van (nieuwe) technologie waarbij sprake is van de verwerking van beeldmateriaal.

 

Print Friendly and PDF ^

Minder schuld is minder boete in nieuwe fraudewet

De hoogte van de boete voor mensen met een uitkering wordt door UWV, SVB en gemeenten voortaan afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate waarin deze verwijtbaar is en de omstandigheden van betrokkene. Dit betekent dat bij minder schuld ook een lagere boete wordt opgelegd. Dit staat in het Wetsvoorstel tot wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de regeling van de bestuurlijke boete van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dat op 28 januari jl. naar de Tweede Kamer is gestuurd. Hiermee wordt de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Fraudewet) aangepast.

Met het wetsvoorstel wordt nu wettelijk vastgelegd dat de maximale boete is gekoppeld aan het al dan niet opzettelijk overtreden van de ‘inlichtingenplicht’. Dit is de plicht van uitkeringsontvangers om op tijd alle wijzigingen door te geven die van invloed kunnen zijn op de hoogte en duur van de uitkering. Hiermee kan voor overtredingen die niet opzettelijk zijn begaan, een lagere boete worden opgelegd dan bij een overtreding waarbij wel opzet aan de orde is. De Centrale raad van Beroep heeft hierover op 24 november 2014 uitspraak gedaan. Sindsdien wordt door gemeenten, UWV en SVB al zo gewerkt. Verder wordt met het wetsvoorstel de mogelijkheid uitgebreid om een waarschuwing in plaats van een boete te geven.

De berekening van de hoogte van de boete, de criteria en de situaties waarin een waarschuwing aan de orde kan zijn, zitten in het boetebesluit socialezekerheidswetten. Dit boetebesluit wordt aangepast als het bovenstaande wetsvoorstel door de Tweede Kamer en Eerste Kamer is aangenomen.

Met de aanpassingen van de Fraudewet blijven de uitgangspunten van de wet overeind, namelijk dat fraude niet mag lonen en teveel betaalde uitkeringen altijd worden terugbetaald. Het kabinet blijft zich onverminderd inzetten om fraudeurs aan te pakken, zodat de sociale voorzieningen bij degenen terecht komen die dit het hardst nodig hebben.

 

Print Friendly and PDF ^

Commissie-Schouten: herzie wetgeving ambtsmisdrijven

De wetgeving om politici voor ambtsmisdrijven te vervolgen, moet nodig worden aangepast. Dat is de onbevredigende conclusie van de commissie-Schouten, die onderzocht welke fractievoorzitter na een overleg van de commissie-stiekem uit de school klapte. Heeft een van de fractievoorzitters een ambtsmisdrijf gepleegd door te lekken uit de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIV)? Dat moest een commissie onder leiding van Carola Schouten (ChristenUnie) onderzoeken, maar het bleek niet mogelijk om een dader aan te wijzen. "Heel frustrerend", vindt Keijzer (CDA). "Uiterst onbevredigend", meent ook Krol (50PLUS). Van Raak (SP): "Ooit zal duidelijk worden wie hier leugens heeft verspreid en daarmee wegkomt." Al was het maar via een lek, voegt onafhankelijk Kamerlid Houwers eraan toe. "Dit was eens, maar nooit meer", bevestigt Fokke (PvdA).

Wetgeving moet snel worden aangescherpt 

"Wij zijn binnen de bestaande bevoegdheden tot het uiterste gegaan", aldus Schouten. Maar de wetgeving op grond waarvan politieke ambtsdragers nu vervolgd kunnen worden voor ambtsmisdrijven, blijkt tekort te schieten. Tellegen (VVD) dient een motie in die oproept om de wet te moderniseren, met steun van bijna alle woordvoerders. Ook Van Tongeren (GroenLinks) ziet hierin een aansporing om tot nieuwe wetgeving te komen. In de toekomst moet de Kamer een verbandtrommel bij de hand hebben, stelt Bisschop (SGP). Dik-Faber (ChristenUnie): "We moeten de wet nú op orde brengen". Thieme (Partij voor de Dieren) wil nog verder gaan en stelt voor om de commissie-stiekem op te heffen.

Telefoongegevens fractievoorzitters niet openbaar 

Wie heeft er naar het NRC gelekt? Dat is de hamvraag van het onderzoek. Bontes (GrBvK) wil daarom weten welke fractievoorzitters met NRC-journalisten gebeld hebben. Die belgegevens kunnen wettelijk gezien niet zomaar gepubliceerd worden, zegt Schouten: iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Kuzu (GrKÖ) vindt dit echter een uitzonderlijk geval. Fritsma (PVV) dient een motie in om openbaar te maken wie telefonisch contact had met NRC, maar deze wordt verworpen. Verhoeven (D66): "De teleurstelling is begrijpelijk, maar ik adviseer iedereen die dit soort voorstellen doet om eens goed een wetboek te lezen."

De eerste termijn van de Kamer vond plaats op 27 januari. De Kamer stemt op 2 februari over de ingediende moties.

Bron: Tweede Kamer

Print Friendly and PDF ^

'Nieuw boetebeleid in de zorg'

Het Instrument van de bestuurlijke boete is een middel voor de minister om naleving van volksgezondheidswetten te bevorderen en de verschillende doelstellingen van deze wetten te realiseren. In deze volksgezondheidswetten zijn de maximaal op te leggen boetebedragen aangegeven. Op 20 januari jl. publiceerde de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de Beleidsregels Bestuurlijke Boete Minister VWS 2016. In deze beleidsregel is neergelegd met welke factoren de minister rekening dient te houden bij het bepalen van de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete. Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn in deze beleidsregel verankerd. Met deze beleidsregel introduceert de minister een nieuw boetebeleid inzake de handhaving van enkele zorgwetten.  Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

Initiatiefvoorstel strafbaarstelling acquisitiefraude door Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft het Initiatiefvoorstel-Gesthuizen en Van Oosten Strafbaarstelling van acquisitiefraude op 19 januari 2016 na stemming bij zitten en opstaan met algemene stemmen aangenomen. Het voorstel is eerder op 3 februari 2015 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Gesthuizen en Van Oosten regelt in Boek 6 Burgerlijk Wetboek en in het Wetboek van Strafrecht de strafbaarstelling van acquisitiefraude tegen ondernemers. Onder acquisitiefraude wordt verstaan misleidende handelspraktijken tussen organisaties, waarbij verkooptechnieken worden gebruikt gericht op het winnen van vertrouwen en het wekken van verwachtingen teneinde de ander te bewegen tot het aangaan van een overeenkomst, waarbij de tegenprestatie niet of nauwelijks naar behoren wordt geleverd. Hierbij moet gedacht worden aan het plaatsen van een advertentie in niet bestaande of nauwelijks gelezen bedrijvengidsen en/of op internet en het ongevraagd en zonder reden toesturen van rekeningen, de zogenaamde spooknota’s.

Met het wetsvoorstel willen de initiatiefnemers acquisitiefraude tegengaan en zorgen dat ondernemers eenvoudig onder een overeenkomst uit kunnen komen als die via een een ‘misleidende omissie’ tot stand is gekomen. Een misleidende omissie is het weglaten of verborgen houden van belangrijke informatie bij het aangaan van een transactie waardoor het als onrechtmatig handelen kan worden aangemerkt. Acquisitiefraude tegen ondernemers wordt strafbaar met een gevangenisstraf van maximaal 2 jaar.

 

 

Print Friendly and PDF ^