Wetsvoorstel bronbescherming journalisten naar Tweede Kamer

Het recht van journalisten om hun bron te beschermen, wordt wettelijk vastgelegd. De regeling erkent de bijzondere positie van journalisten in het publieke debat, maar geeft geen onbeperkt verschoningsrecht. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Opstelten dat bij de Tweede Kamer is ingediend.

In de praktijk komt het erop neer dat journalisten als getuige in een strafzaak geen vragen hoeven te beantwoorden over de identiteit van hun bron. Normaal gesproken is een getuige verplicht te antwoorden. Maar het maatschappelijk belang dat personen zich zonder vrees voor vervolging met informatie tot journalisten moeten kunnen wenden, weegt in het algemeen zwaarder.

De rechter bepaalt uiteindelijk of het beroep op bronbescherming terecht was. Er kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen waardoor openbaring van die bron noodzakelijk is met het oog op bijvoorbeeld de nationale veiligheid en het voorkomen en beƫindigen van ernstige strafbare feiten.

Bronbescherming in strafzaken blijft niet strikt beperkt tot degenen die zich geheel beroepsmatig of alleen tegen betaling met nieuwsgaring bezighouden, maar geldt straks ook voor publicisten die schrijven over (politieke) of actuele aangelegenheden. Dit sluit aan bij het veranderende karakter van de vrije nieuwsgaring en het medialandschap in de afgelopen jaren. Het publieke debat speelt zich niet meer alleen af in kranten of op televisie en radio. In de civielrechtelijke en strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de schrijver voor de inhoud van de publicatie komt geen verandering.

Verder is het gebruik van dwangmiddelen tegen journalisten en publicisten in een strafzaak aan striktere regels gebonden. Dit betekent dat het doorzoeken en in beslag nemen van voorwerpen en geschriften op het kantoor van bijvoorbeeld een redactie van een krant of weekblad alleen mogelijk is na toestemming en in aanwezigheid van een rechter-commissaris en niet meer op gezag van de officier van justitie.

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel civiel bestuursverbod naar Tweede Kamer

Een malafide bestuurder mag straks maximaal vijf jaar geen rechtspersoon meer besturen als de rechter een civiel bestuursverbod heeft opgelegd. De maatregel maakt onderdeel uit van het wetgevingsprogramma ā€˜Herijking Faillissementsrecht’ en is gericht op een effectievere bestrijding van faillissementsfraude. Vereist is dat het laakbare gedrag zich heeft voorgedaan binnen drie jaar voorafgaand aan het faillissement van het bedrijf dat door de bestuurder werd geleid. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) dat bij de Tweede Kamer is ingediend.

De bewindsman wil verhinderen dat malafide bestuurders hun activiteiten kunnen blijven voortzetten door hun fraudeleuze activiteiten te maskeren met een web van rechtspersonen of door steeds nieuwe ondernemingen op te richten en deze vervolgens failliet te laten gaan.

Een bestuurder moet een bijzonder verwijt treffen, wil een bestuursverbod kunnen worden opgelegd. Daartoe behoort onder meer de vaststelling van aansprakelijkheid wegens wanbeleid dat tot een faillissement heeft geleid. Ook kan gedacht worden aan het doelbewust benadelen van schuldeisers door vlak voor een faillissement bedrijfsvermogen weg te sluizen of voor zelfverrijking aan te wenden. Ook zou een bestuursverbod kunnen worden opgelegd als de curator ernstig wordt tegengewerkt, of als sprake is van repeterende faillissementen, d.w.z. als een bestuurder in drie jaar tijd bij drie (of meer) faillissementen betrokken is geweest.

Wordt een bestuursverbod opgelegd, dan kan de betrokkene – tenzij de rechter anders beslist - bij geen enkele rechtspersoon aanblijven als bestuurder. Ook kan hij niet opnieuw als bestuurder of commissaris worden benoemd. Bestuursverboden worden straks ingeschreven bij het Handelsregister. Zo worden belanghebbenden, de notaris en de Kamer van Koophandel in staat gesteld om eenvoudige (online) na te gaan of een persoon die een onderneming wil oprichten of als bestuurder wil worden ingeschreven een bestuursverbod heeft. Is dat het geval, dan werken de notaris en de Kamer van Koophandel niet mee aan de oprichting van de onderneming of de inschrijving van de bestuurder.

Ā 

Print Friendly and PDF ^

Inwerkingtreding Aanwijzing gebruik sepotgronden

Vandaag treedt deĀ Aanwijzing gebruik sepotgronden (2014A007) in werking.Ā Deze aanwijzing geeft regels voor de wijze waarop sepotgronden gehanteerd en geregistreerd moeten worden. De bijlage bevat een opsomming van de sepotgronden, elk voorzien van een cijfercode en een toelichting.Ā Verder regelt deze aanwijzing de wijze waarop klachten over de genomen sepotbeslissing worden behandeld.

De aanwijzing is aangepast om het onderscheid tussen sepot 01 (onschuld voldoende aannemelijk) en 02 (onvoldoende (overtuigend) bewijs van schuld) beter af te bakenen en om het zogenoemde non-punishmentbeginsel uitdrukkelijk te kunnen opnemen in de aanwijzing. Om de ā€˜grensgevallen’ tussen beide sepotgevallen zo goed mogelijk te kunnen beoordelen, is de scheidslijn nu scherper afgebakend.

Wat de tweede aanpassing betreft: in de Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan wordt benadrukt dat slachtoffers van mensenhandel beschermd moeten worden tegen vervolging en bestraffing wegens criminele activiteiten waartoe zij gedwongen zijn als direct gevolg van het feit dat zij slachtoffer waren van mensenhandel: het non-punishmentbeginsel. Dit beginsel is nu ook expliciet opgenomen in de sepotgronden.

De voorschriften in de aanwijzing gelden voor alle feiten gepleegd op en na de datum van inwerkingtreding van deze aanwijzing.

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel recht op eerlijk proces in Grondwet in consultatie

Het recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter wordt opgenomen in de Grondwet. Dit voorstel gaat is afgelopen vrijdag in consultatie gegaan. De ministerraad heeft dat besloten op voordracht van de minister-president, minister Plasterk en minister Opstelten.

In de huidige Grondwet staat dit uitgangspunt niet in algemene zin en ex- pliciet opgenomen, al is het wel uitgangspunt voor wetgeving en praktijk.

Het kabinet geeft hiermee uitvoering aan de motie die de Eerste Kamer in 2012 aannam naar aanleiding van het rapport van de Staatscommissie Grondwet. Het kabinet heeft een voorstel tot Grondwetswijziging voor- bereid.

Het opnemen van het recht op een eerlijk proces in de Grondwet moet de in- dividuele rechtsbescherming van de burger op grondwettelijk niveau garan- deren.

De internetconsultatie loopt tot 15 oktober 2014.

Bron: Rijksoverheid

Print Friendly and PDF ^

Onredelijke schuldeiser verplicht mee te werken aan redding bedrijf

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil een sanering van schulden van een onderneming buiten faillissement mogelijk maken door crediteuren en aandeelhouders die hierbij onredelijk dwarsliggen, te dwingen mee te werken. Doel is de problematische schulden praktisch, snel en met zo min mogelijk kosten aan te pakken om het bedrijf van de ondergang te redden.

Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat voor advies naar verschillende instanties is gestuurd. De regeling maakt deel uit van het wetgevingsprogramma "Herij- king Faillissementsrecht" dat het reorganiserend vermogen van bedrijven bevordert, de bestrijding van faillissementsfraude versterkt en de faillis- sementsprocedure moderniseert. Met het wetgevingsprogramma wil de bewindsman vooral praktische oplossingen bieden voor concrete problemen, als steun in de rug voor het bedrijfsleven.

Een akkoord tussen de onderneming en haar schuldeisers en aandeel- houders kan straks de basis vormen voor de sanering van schulden. Schuldeisers stemmen er bijvoorbeeld mee in dat zij later worden terug- betaald of in plaats van terugbetaling aandelen ontvangen. Aandeelhouders gaan daarmee akkoord of werken mee aan de uitgifte van extra aandelen aan een verschaffer van nieuw kapitaal. De nieuwe regeling ziet niet op werknemers: hun positie in geval van veranderde bedrijfseconomische omstandigheden wordt geregeld in de Wet Werk en Zekerheid.

Omdat de rechter onredelijke schuldeisers en aandeelhouders nu niet kan dwingen mee te werken aan een akkoord, blijft er voor ondernemingen met financiƫle problemen vaak niets anders over dan een faillissement aan te vragen. Dat is onwenselijk want het leidt bijvoorbeeld tot hoge kosten voor crediteuren (zij krijgen vaak niets), scherpe daling van de bedrijfswaarde en verlies van arbeidsplaatsen. Dit verandert met het wetsvoorstel. Een ruime meerderheid van schuldeisers en aandeelhouders is straks voldoende om de schulden te saneren. Degenen die op onredelijke gronden tegen het akkoord blijven, krijgen van de rechter opdracht mee te werken. Dat geldt echter niet als zij op basis van het akkoord minder zouden krijgen dan bij een faillissement.

Het plan van Opstelten voorziet in een behoefte. Deskundigen uit de insol- ventieprakrijk vinden het bezwaarlijk dat ƩƩn onwillige schuldeiser een ak- koord kan frustreren. Zij zien het als een praktisch probleem en als een belangrijke oorzaak van het mislukken van de reorganisatie van op zichzelf economisch levensvatbare ondernemingen buiten faillissement.

VNO-NCW en MKB Nederland delen die mening. Zij hebben aangedrongen op een regeling die het mogelijk maakt weigerachtige schuldeisers en aan- deelhouders tot medewerking te dwingen. Veel andere landen, bijvoorbeeld de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, kennen al een succesvolle regeling.

Tot slot versterkt de bewindsman de positie van financiers die noodkrediet willen verschaffen. Voor de redding van een onderneming is vaak nood- krediet nodig, maar dat is niet zonder risico. Daarom willen geldschieters er graag voldoende zekerheid voor. Als de redding mislukt en de onderneming toch failliet gaat, komt het voor dat de curator ten gunste van de andere crediteuren een streep zet door de zekerheidsstelling. De verschaffer van het noodkrediet blijft dan met lege handen achter. Opstelten vindt dat onwen- selijk omdat alle crediteuren ervan profiteren als de redding wel slaagt.

Print Friendly and PDF ^