Inwerkingtreding Aanwijzing gebruik sepotgronden

Vandaag treedt de Aanwijzing gebruik sepotgronden (2014A007) in werking. Deze aanwijzing geeft regels voor de wijze waarop sepotgronden gehanteerd en geregistreerd moeten worden. De bijlage bevat een opsomming van de sepotgronden, elk voorzien van een cijfercode en een toelichting. Verder regelt deze aanwijzing de wijze waarop klachten over de genomen sepotbeslissing worden behandeld.

De aanwijzing is aangepast om het onderscheid tussen sepot 01 (onschuld voldoende aannemelijk) en 02 (onvoldoende (overtuigend) bewijs van schuld) beter af te bakenen en om het zogenoemde non-punishmentbeginsel uitdrukkelijk te kunnen opnemen in de aanwijzing. Om de ‘grensgevallen’ tussen beide sepotgevallen zo goed mogelijk te kunnen beoordelen, is de scheidslijn nu scherper afgebakend.

Wat de tweede aanpassing betreft: in de Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan wordt benadrukt dat slachtoffers van mensenhandel beschermd moeten worden tegen vervolging en bestraffing wegens criminele activiteiten waartoe zij gedwongen zijn als direct gevolg van het feit dat zij slachtoffer waren van mensenhandel: het non-punishmentbeginsel. Dit beginsel is nu ook expliciet opgenomen in de sepotgronden.

De voorschriften in de aanwijzing gelden voor alle feiten gepleegd op en na de datum van inwerkingtreding van deze aanwijzing.

Print Friendly and PDF