Internetconsultatie Boetebeleidsregel ACM 2014

Afgelopen vrijdag zijn de Boetebeleidsregels ACM 2014 ter internetconsultatie voorgelegd.

De boetebeleidsregels zijn nu nog geregeld in de boetebeleidsregels 2013, gebaseerd op de Instellingswet ACM. Deze beleidsregels voorzien niet in harmonisering van alle bestaande regels omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete. De Wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de ACM te houden markttoezicht voorziet daar wel in.

In de boetebeleidsregels wordt bepaald hoe de ACM de hoogte van een bestuurlijke boete moet vaststellen. Doel van de beleidsregel is het wegnemen van bestaande sectorale verschillen in de systematiek van boeteoplegging. De boetebeleidsregels kennen een onderscheid in boetecategorieën, afhankelijk van de aard van de overtreding en het wettelijk boetemaximum dat op die boete is gesteld. Bepalingen met betrekking tot de boeteoplegging op grond van de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied worden, net als in de boetebeleidsregels 2013, in een afzonderlijk hoofdstuk geregeld. Zij kennen een eigen systematiek. Ook wordt de reikwijdte van de beleidsregel uitgebreid tot alle wetgeving die onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken valt.

De introductie van het onderscheid in drie boetesystematieken en de uitbreiding van de reikwijdte leiden niet tot significante materiële wijzigingen ten opzichte van de boetebeleidsregels 2013. De algemene doelstelling blijft dezelfde, namelijk dat de hoogte van de boete evenredig is met het oog op de gepleegde overtreding en voldoende afschrikwekkend is voor zowel de overtreder als andere potentiële overtreders.

De maatregelen ter verhoging van de wettelijke boetemaxima, die de Minister van EZ heeft aangekondigd in zijn brief van 11 februari 2014 (Kamerstukken II 2013/14, 33 622, nr. 19), is uitdrukkelijk niet verwerkt in deze beleidsregel. Dat gebeurt op het moment dat het daartoe strekkende wetsvoorstel van kracht wordt.

Print Friendly and PDF ^

Na kritisch debat neemt Eerste Kamer het Wetsvoorstel Uitbreiding gronden voor voorlopige hechtenis met ruime meerderheid van stemmen aan

De Eerste Kamer heeft gisteren het Wetsvoorstel Uitbreiding gronden voor voorlopige hechtenis aangenomen.

De plenaire behandeling door de Eerste Kamer vond plaats op 6 mei 2014. Het voorstel is op 13 mei 2014 na stemming bij zitten en opstaan aan- genomen. PVV, VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie en SGP stemden voor.

Dit wetsvoorstel voegt aan het Wetboek van Strafvordering een aantal gronden toe waar bij geweld in de openbare ruimte en geweld tegen per- sonen met een publieke taak voorlopige hechtenis opgelegd kan worden. De berechting van het misdrijf moet dan via het snelrecht binnen 17 dagen en 15 uren plaatsvinden.

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel elektronische processtukken in strafzaken ter advisering naar RvS

Het kabinet wil de stukkenstroom in het strafproces verbeteren en versnellen door over te stappen van papieren naar elektronische strafdossiers. Het uiteindelijk doel is een volledig elektronisch werkproces dat de voordelen van digitalisering binnen de strafrechtsketen maximaal benut. Dit staat in een wetsvoorstel waarmee de ministerraad op voorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft ingestemd.

Digitalisering is een belangrijke voorwaarde om strafzaken beter af te wikkelen. Dossiers komen daardoor sneller beschikbaar, de administratieve rompslomp vermindert en zaakstromen zijn beter te volgen. Dat zorgt voor meer kwaliteit in zaaksafhandeling, voor minder ongewenste uitstroom en past in het programma om de strafrechtsketen te verbeteren en versterken, een speerpunt in het beleid van het kabinet.

Het is de bedoeling dat het Openbaar Ministerie, de rechtspraak en de partners in de tenuitvoerlegging - zoals het CJIB - in 2016 processtukken elektronisch uitwisselen. In datzelfde jaar zullen naar verwachting ook de voorzieningen zijn gerealiseerd voor elektronische uitwisseling van processtukken door Openbaar Ministerie en rechtspraak met de burger en de advocatuur. Het wetsvoorstel maakt de stapsgewijze overgang van papieren naar elektronische processtukken mogelijk. Elektronische uitwisseling is in 2016 de norm, maar de burger kan desgewenst nog papieren stukken opsturen.

Een verdachte, zijn raadsman, een slachtoffer of een getuige, kunnen er baat bij hebben om via internet in contacten te leggen met het Openbaar Ministerie of het gerecht. Ze kunnen dan sneller en eenvoudiger communiceren, bijvoorbeeld om aangifte te doen, verzoeken in te dienen of in hoger beroep te gaan. Bij elektronische verzending moet vast te stellen zijn van wie het stuk afkomstig is en of het authentiek en betrouwbaar is. In het wetsvoorstel staan daarvoor regels. Het gebruik van een beveiligd webportaal is verplicht en, als er ondertekend moet worden, een elektronische handtekening die voldoende betrouwbaar is.

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State wordt verzonden. De tekst van het advies en van het wetsvoorstel worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Print Friendly and PDF ^

Inwerkingtreding Wet verbetering aanpak fraude identiteitsbewijzen

Vandaag is de Wet verbetering aanpak fraude identiteitsbewijzen in werking getreden.

Deze wet verbetert in het Wetboek van Strafrecht de mogelijkheden voor fraudebestrijding met identiteitsbewijzen en de identificatie van verdachten en veroordeelden. De regering wil hiermee fraude met identiteitsbewijzen terugdringen en de betrouwbaarheid van deze bewijzen handhaven.

Naast fraude met reisdocumenten wordt ook fraude met identiteitsbewijzen strafbaar. Daarnaast komt er een verbod van fraude met biometrische kenmerken en biometrische persoonsgegevens. Overheidsorganen krijgen in de strafrechtketen de mogelijkheid om het Burgerservicenummer te gebruiken voor het uitwisselen van informatie over justitiabele met instanties buiten de strafrechtsketen.

Print Friendly and PDF ^

Inwerkingtreding Wet ter verbetering van de aanpak van fraude met identiteitsbewijzen

Op 1 mei 2014 treedt de Wet ter verbetering van de aanpak van fraude met identiteitsbewijzen in werking. Deze wet verbetert in het Wetboek van Strafrecht de mogelijkheden voor fraudebestrijding met identiteitsbewijzen en de identificatie van verdachten en veroordeelden. De regering wil hiermee fraude met identiteitsbewijzen terugdringen en de betrouwbaarheid van deze bewijzen handhaven.

Naast fraude met reisdocumenten wordt ook fraude met identiteitsbewijzen strafbaar. Ook komt er een verbod van fraude met biometrische kenmerken en biometrische persoonsgegevens. Daarnaast krijgen overheidsorganen in de strafrechtketen de mogelijkheid om het Burgerservicenummer te gebruiken voor het uitwisselen van informatie over justitiabele met instanties buiten de strafrechtsketen.

Print Friendly and PDF ^