Profijtontneming & kasopstelling

Hoge Raaf 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1222

Het middel komt op tegen het oordeel van het hof dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot het bedrag van € 56.057,85 door middel van of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Horen van (niet verschenen) minderjarig kind als getuige

Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1227

Ingevolge art. 288, eerste lid onder b, Sv kan de rechter van het verhoor van een niet verschenen getuige afzien indien het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de getuige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige ter terechtzitting te kunnen ondervragen. Ook in een geval waarin het gaat om ontucht met een minderjarige, zal de rechter dus, indien hij daartoe de in genoemd artikellid vermelde gronden aanwezig acht, het belang van het slachtoffer mogen doen prevaleren boven het recht van de verdachte om het slachtoffer te (doen) ondervragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing getuigenverzoek, hernieuwde oproeping & binnen aanvaardbare termijn verschijnen

Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1225

Het Hof heeft het verzoek tot hernieuwde oproeping van betrokkene 1 als getuige afgewezen op de grond dat het onaannemelijk is dat hij binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen. Hierover klaagt het middel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting verzekeraar door valse aangifte diefstal: Niet de toegebrachte schade noch het enkele in dwaling brengen met het doel van benadeling is voldoende voor oplichting

Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1221

Voor oplichting is blijkens art. 326, eerste lid, Sr vereist dat iemand door een oplichtingsmiddel wordt "bewogen" tot de in die bepaling bedoelde handelingen. Van het in het bestanddeel "beweegt" tot uitdrukking gebrachte causaal verband is sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van de door het desbetreffende oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld als bedoeld in art. 326, eerste lid, Sr.

 

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR casseert afwijzing getuigenverzoek op de grond dat "de ervaring leert dat herinneringen over het algemeen na verloop van tijd niet beter worden"

Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1232

Het Hof heeft het verzoek om de in de appelschriftuur genoemde personen als getuige te horen afgewezen op de grond dat "de ervaring leert dat herinneringen over het algemeen na verloop van tijd niet beter worden en daarom is er geen noodzaak tot het horen van de getuigen". Mede in aanmerking genomen hetgeen door de verdediging aan dat verzoek ten grondslag is gelegd kan deze motivering de afwijzing van het verzoek niet dragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^