Kamerbrief over de aanpak van botnets

Een botnet is een netwerk van samenwerkende apparaten, meestal prive- of bedrijfscomputers, de zogeheten ‘bots’, die met dezelfde malware zijn besmet. Criminelen kunnen een botnet centraal aansturen om de bots voor eigen doeleinden in te zetten. 

Bij het bestrijden van botnets is het van belang dat de overheid, bedrijfs- leven en burgers de volgende maatregelen nemen:

  • het verhogen van veiligheidsbewustzijn en het tegengaan van besmettingen,
  • het actief bestrijden van besmettingen,
  • het opsporen en vervolgen van beheerders van botnets en
  • het verstoren van de werking van botnets.

Verhogen van veiligheidsbewustzijn en het tegengaan van besmettingen

De eigenaar van een computer is zelf verantwoordelijk voor de eigen informatiebeveiliging en heeft daarmee de taak om voldoende maatregelen te nemen om zijn of haar computer vrij te houden van malware. De samenleving dient zich daarom in toenemende mate bewust te zijn van de dreigingen en daarbij bekwaam te handelen. Hiertoe zet de overheid vanuit de NCSS-2 actief in op het verhogen van dit bewustzijn en het versterken van de bekwaamheid. Van 27 oktober tot 6 november 2014 zal voor de derde keer de awareness-campagne Alert Online worden gehouden. Deze draagt bij aan de bewustwording van iedereen in de samenleving om veilig om te gaan met computers. Ook werkt het ministerie van Economische Zaken samen met het ministerie van Veiligheid en Justitie en ECP, platform voor de informatiesamenleving, aan een nieuwe informatiebron voor burgers, veiliginternetten.nl. Deze zal in het najaar tijdens de campagne Alert Online worden gelanceerd.

Bestrijden van besmettingen

Bij brief van 17 mei 2011 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de Digitale Agenda Nederland. Hierin is de actielijn Schone computers door aanpak van Botnets opgenomen. Uit deze actielijn is met eenmalige steun van het ministerie van Economische Zaken het private initiatief van de vereniging Abuse Information Exchange ontstaan. Deze vereniging van internet service providers heeft recent een centrum (Abuse HUB) opgericht dat centraal informatie over botnetbesmettingen verzamelt en verwerkt. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld aan leden van de vereniging. Zij kunnen zo besmette computers sneller opmerken en hun klanten beter helpen bij de ontsmetting van hun computers. Bij Abuse Information Exchange zijn de meeste nationale internetproviders aangesloten, samen goed voor meer dan 90 % van de vaste internettoegangsmarkt. Het ministerie van Economische Zaken doet in 2014 onderzoek naar de vraag of botnetbesmettingen bij eindgebruikers in Nederland zijn afgenomen ten opzichte van landen die geen vergelijkbare initiatieven als Abuse Information Exchange hebben ontplooid. Eind 2014 zullen de uitkomsten daarvan beschikbaar zijn. Deze kunnen bruikbaar zijn voor de verbetering van de werking van Abuse HUB en van de aanpak van botnets in Nederland in het algemeen.

Opsporen en vervolgen van botnetbeheerders

Het creëren en gebruiken van een botnet is in Nederland strafbaar. De politie is belast met de opsporing, het Openbaar Ministerie is belast met de vervolging en heeft de leiding bij opsporingsonderzoeken. Botnets zijn een prioriteit voor het Team High Tech Crime (THTC) van de politie. Het THTC heeft in 2013 15 grote onderzoeken uitgevoerd. Bij het merendeel van die onderzoeken maakte een botnet deel uit van de werkwijze van de criminelen. Ook wordt door de politie bijgedragen aan gecoördineerde internationale acties tegen botnets. Botnets worden vaak aangestuurd via computers uit het buitenland. Het is mede daarom vaak lastig de identiteit en locatie van de desbetreffende crimineel te achterhalen. Indien het land waar de crimineel zich bevindt bekend is, dan kan een rechtshulpverzoek worden gedaan of kan de opsporing gezamenlijk ter hand worden genomen. Het is van belang dat het creëren en gebruiken van botnets ook in dat land strafbaar is en dat de autoriteiten voldoende capaciteit en expertise beschikbaar hebben om op te treden. Dat is helaas niet altijd het geval. Het kabinet zet daarom in op het versterken van de internationale samenwerking en het harmoniseren van de (straf)wetgeving. Richtlijn 2013/40 van de Europese Unie over aanvallen tegen informatiesystemen verplicht lidstaten onder meer het stellen van een bepaalde maximumstraf voor het gebruik van botnets bij bepaalde vormen van cybercrime in de strafwetgeving op te nemen. Opstelten heeft een wetsvoorstel in procedure gebracht om de Nederlandse wetgeving in overeenstemming te brengen met deze richtlijn. Dit wetsvoorstel is thans aanhangig bij de afdeling advisering van de Raad van State.

Verstoren van de werking van botnets

Naast op het opsporen van daders, wordt ingezet op het effectief verstoren van botnets zodat burgers en bedrijven die als gevolg van een besmetting onderdeel zijn van een botnet, niet langer bloot staan aan de kwaadaardige invloed van de comman and control server (de centrale computer waarmee een botnet wordt aangestuurd). Bij het verstoren wordt veelal op vordering van het Openbaar Ministerie het dataverkeer van deze command and control server uitgeschakeld door de betrokken provider en worden de voor de opsporing relevante gegevens zeker gesteld. Verder vraagt het NCSC met enige regelmaat, bij gebleken aanwijzingen voor een botnet, nadrukkelijke aandacht hiervoor van de providers. Soms is er sprake van zogenoemde bad hosters. Dat zijn providers die bewust of onbewust een platform bieden aan bad hosting, het aanbieden van servers die onder meer gebruikt worden in botnets. In het najaar zullen politie en OM een pilot starten om bad hosters effectief aan te kunnen pakken. De pilot bestaat uit een samenwerking met de TU Delft om de omvang van bad hosting in kaart te brengen. Daarnaast worden publieke en private partners bij elkaar gebracht om tot een gezamenlijke aanpak van bad hosters te komen.

Rol van het NCSC

Het NCSC, als onderdeel van de NCTV van het ministerie van Veiligheid en Justitie, vervult zijn taken ter voorkoming en beperking van verstoringen in het digitale domein in het belang van de nationale veiligheid. Het NCSC richt zich daarom op de (rijks)overheid en vitale sectoren. Als spin in het web heeft het centrum toegang tot een veelheid aan informatie over ICT-gerelateerde kwetsbaarheden en dreigingen, waaronder botnets. Wanneer het NCSC de beschikking krijgt over IP-adressen van computers die deel uit maken van een botnet, dan streeft het NCSC ernaar de eigenaar hiervan zo mogelijk op de hoogte te stellen. Bij vitale organisaties en (rijks)overheid gebeurt dat in de regel rechtstreeks. In andere gevallen wordt zo mogelijk samengewerkt met organisaties die op hun beurt de eigenaar op de hoogte stellen. In geval van een grootschalig cyberincident waar botnets bij betrokken zijn en dat kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting zal het NCSC conform haar rol, met inachtneming van de bestaande publiek-private contacten en crisismanagementstructuren, de coördinatie op zich nemen voor een gezamenlijke respons. Daarbij voert het NCSC, in samenspraak met andere betrokken overheidspartijen, de eerste analyse uit van de aard van de verstoring en geeft een inschatting van de potentiële maatschappelijke gevolgen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij het onderzoek naar het Pobelka botnet in het voorjaar van 2013.

Privacybescherming

Bij de activiteiten die worden ondernomen op het gebied van botnetbestrijding is het van belang om zorgvuldig om te gaan met informatiestromen, in het bijzonder daar waar het persoonsgegevens betreft. Bedrijven en overheden die persoonsgegevens verwerken moeten in beginsel aan de eisen van de Wet bescherming persoonsgegevens voldoen. Dit betekent onder meer het nemen van passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen, rekening houdend met de stand van de techniek en afgezet tegen de risico’s die met de specifieke gegevensverwerking(en) zijn gemoeid. In specifieke gevallen kan in aanvulling hierop sectorale wet- en regelgeving van toepassing zijn. De politie verwerkt (persoons)gegevens op basis van een specifieke wet, te weten de Wet politiegegevens (Wpg). Het College bescherming persoonsgegevens is met het toezicht op de naleving en de handhaving van de Wbp en de Wpg belast.

Aansprakelijkheid

Op het punt van civielrechtelijke aansprakelijkheid geldt als uitgangspunt dat wanneer iemand als gevolg van handelen door de overheid of private partijen schade lijdt, ook als dat handelen plaatsvindt in het kader van de aanpak van botnets, in voorkomende gevallen een actie uit onrechtmatige daad kan worden gestart.

Ter afsluiting

De aanpak van botnets een samenspel van activiteiten van private en publieke partners vormt. Op 20 juni jl. heeft op initiatief van de ministeries van Veiligheid en Justitie en Economische Zaken en ECP, een publiek-private bijeenkomst plaats gevonden om de aanpak van botnets te bespreken. Naar aanleiding van deze bijeenkomst is besloten tot het instellen een publiek-private botnetwerkgroep, waarin sleutelorganisaties bij botnetaanpak in Nederland vertegenwoordigd zullen zijn. ECP zal het secretariaat van deze werkgroep verzorgen. De werkgroep start na de zomer en zal voor afstemming en regie zorgen op de botnetaanpak in Nederland, kennis en informatie uitwisselen en nieuwe initiatieven ontwikkelen en aanjagen.

Hiermee is het kabinet van mening dat er een samenhangende, brede aanpak van botnets bestaat, die verder wordt uitgebouwd en verdiept. Een veiliger internet door minder botnets versterkt het vertrouwen van eindgebruikers bij het internetgebruik, geeft een impuls voor de ontwikkeling van meer online diensten en leidt tot meer economische groei. Zo wordt een bijdrage geleverd aan een samenleving waarin de kansen die digitalisering ons biedt volop worden benut, dreigingen het hoofd worden geboden en fundamentele rechten en waarden worden beschermd.

Print Friendly and PDF ^

DigiNotar: verkopers zijn schadevergoeding aan Vasco verschuldigd wegens schending garanties (beveiligingslekken)

Rechtbank Amsterdam 30 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:4888 (Civiel)

In deze zaak is de vraag aan de orde of de verkoper van de aandelen in DigiNotar alle redelijke stappen heeft gezet en alle redelijke procedures heeft geïmplementeerd om de systemen van DigiNotar te beveiligen ten einde een hack als zich in de zomer van 2011 heeft voorgedaan te voorkomen (zoals gegarandeerd in de koopovereenkomst aandelen). De rechtbank oordeelt dat sprake is van garantieschendingen en dat de verkoper de schade die de koper hierdoor lijdt, moet vergoeden. De schade bestaat ten minste uit de koopprijs van de aandelen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

'Reforming the legal regime for search and seizure of computer data'

On 6 June 2014, the Dutch Ministry of Security and Justice published several ‘discussion documents’ about reforming Dutch criminal procedural law. Of particular interest to this blog post is the document relating to search and seizure(in Dutch). The authors of this discussion document suggest amending the legislation with regard to the search and seizure of data on computer systems. In the view of Jan Jaap Oerlemens, that is a very good idea considering the old-fashioned approach we now have towards search and seizure of computer systems.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

Ministerraad akkoord met wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn over aanvallen op informatiesystemen

Afgelopen donderdag 12 juni heeft de Ministerraad ingestemd de wijziging van het Wetboek van Strafrecht ter implementatie van Richtlijn 2013/40/EU over aanvallen op informatiesystemen. De richtlijn vervangt het kaderbesluit uit 2005 en neemt daar veel van over. Daarnaast bevat de richtlijn enkele aanvullingen, die voor een deel ontleend zijn aan het Cybercrimeverdrag van de Raad van Europa. Voor een ander deel zijn deze aanvullingen nieuw. Het gaat daarbij o.a. om bepalingen over de maximale gevangenisstraffen en strafverzwarende omstandigheden.

Zie ook:

Print Friendly and PDF ^

Kabinet voert hogere straffen in voor computercriminaliteit

Criminelen die computergegevens vernielen, computersystemen ontoegankelijk maken door aan wachtwoorden te sleutelen of computers bestoken met spam zodat de boel vastloopt, kunnen straks een gevangenisstraf van maximaal twee jaar tegemoet zien. Nu is dat nog één jaar. Wanneer ze deze delicten plegen met behulp van een zogeheten ‘botnet’ wordt de maximumstraf drie jaar. Brengt een computerdelict ernstige schade toe of richt het zich tegen een vitale infrastructuur - bijvoorbeeld een overheidsnetwerk of energiecentrale - dan wordt de maximale gevangenisstraf vijf jaar.

Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie waarmee de ministerraad heeft ingestemd en dat een Europese richtlijn omzet in Nederlands recht. Nederland voldoet al grotendeels aan de regels waartoe de richtlijn verplicht.

Het kabinet wil cybercriminaliteit krachtig aanpakken omdat die kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting of het vertrouwen in het financieel-economisch systeem kan aantasten. Risico’s zijn er vooral bij aanvallen via 'botnets', waarbij op afstand de controle over grote aantallen computers wordt overgenomen met behulp van kwaadaardige software.

Vanwege het grensoverschrijdende karakter van cybercriminaliteit is een gezamenlijke Europese aanpak noodzakelijk. Als in alle Europese lidstaten dezelfde regels gelden voor strafbaarstelling van computercriminaliteit, verdwijnen de zogeheten 'safe havens'. Dit zijn landen waar criminelen gemakkelijker hun gang kunnen gaan omdat bepaalde feiten niet strafbaar zijn of met een lagere straf worden bedreigd. Als er geen ‘safe havens’ meer zijn, wordt het voor criminelen lastiger hun pijlen ongestraft vanuit die landen op Nederlandse bedrijven, burgers en overheid te richten.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Print Friendly and PDF ^