Anti-corruptierapport signaleert te weinig regels tegen vriendjespolitiek

Politieke partijen in Europa zouden meer regels moeten opstellen om vriendjespolitiek en belangenverstrengeling te voorkomen. Op dit moment zijn dergelijke regels er vaak niet of zijn te zwak. Dat blijkt uit het eerste anti-corruptierapport van de Europese Commissie dat maandag wordt gepubliceerd.

,,De integriteit in de politiek blijft een aandachtspunt voor veel EU-lidstaten'', aldus het rapport. Hoewel veel lidstaten strengere regels hebben opgesteld als het gaat om de financiering van een politieke partij, constateert Brussel ook nog veel tekortkomingen. Er worden nauwelijks afschrikkende sancties opgelegd tegen illegale financiering van een partij.

De kans op corruptie is groter op regionaal en lokaal niveau, aldus het rapport. Op landelijk niveau is de controle beter (geregeld).

Print Friendly and PDF ^

Oud-burgemeester Offermanns veroordeeld

Gisteren heeft de strafrechter in Rotterdam de oud-burgemeester van de gemeente Meerssen, Ricardo Offermanns, veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur in verband met (passieve) ambtelijke omkoping. Vaststaat dat hij in de sollicitatieprocedure voor de functie van burgemeester in Roermond voordeel heeft gehad van informatie die hij niet had mogen ontvangen. De strafoplegging is even hoog als de eis van de officier van justitie.

Offermanns werd in het najaar van 2012 door een vertrouwenscommissie gekozen uit een reeks kandidaten en voorgedragen als burgemeester van de gemeente Roermond. Na aanvang van het strafrechtelijk onderzoek tegen hem heeft Offermanns besloten zich terug te trekken als burgemeesterskandidaat voor Roermond.

Volgens de rechtbank heeft Offermanns in de sollicitatieprocedure voordeel genoten van informatie die Van Rey, destijds wethouder van Roermond, hem in het geheim had verstrekt. Die informatie was vertrouwelijk en had betrekking op de onderwerpen en vragen die in het sollicitatiegesprek van Offermanns aan de orde zouden komen. Van Rey beschikte over die informatie als adviseur van de vertrouwenscommissie. Hij had die niet mogen verstrekken vanwege zijn geheimhoudingsplicht.

Omdat Offermanns de informatie bewust heeft aangenomen en er voordeel van heeft gehad, heeft hij zich volgens de rechtbank vatbaar gemaakt voor toekomstige beïnvloeding door Van Rey. De rechtbank spreekt over een voorkeursrelatie tussen beiden die werd gekenmerkt door ‘exclusiviteit en wederzijdse verplichtheid in een sfeer van samenspanning en geheimzinnigheid’. Van belang is ook dat het hier om een burgemeestersbenoeming ging, een functie van maatschappelijk aanzien en gewicht. De rechtbank rekent Offermans de feiten dan ook zwaar aan.

Dat dit alles zich heeft afgespeeld met het oog op het partijbelang en in het kader van partijpolitiek maakt dit volgens de rechtbank niet anders.

Meer weten over (ambtelijke) omkoping? Kom dan op vrijdag 11 april 2014 naar de Cursus Corruptie in het centrum van Den Haag.

Klik hier voor meer informatie.

Print Friendly and PDF ^

OM: oud-burgemeester schuldig aan corruptie

Voormalig burgemeester Offermans van de Limburgse gemeente Meerssen heeft zich schuldig gemaakt aan ambtelijke corruptie. Dat heeft hij gedaan door strikt vertrouwelijke informatie aan te nemen over de sollicitatieprocedure voor de burgemeesterspost in Roermond. Dat concludeerden de officieren van justitie vandaag voor de rechtbank Rotterdam tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de 49-jarige oud-burgemeester.

De verdachte was een van de kandidaten voor het burgemeesterschap in Roermond. Kort voor zijn sollicitatiegesprek in september vorig jaar liet hij zich uitgebreid informeren door toenmalig wethouder Van Rey van Roermond. De wethouder was adviseur van de vertrouwenscommissie die een nieuwe burgemeester voor Roermond moest selecteren. Voorafgaand aan het sollicitatiegesprek gaf Van Rey volgens de officieren van justitie uitgebreid door welke vragen Offermans kon verwachten van de vertrouwenscommissie en wat de beste antwoorden hierop waren.

Laakbaar

Het Openbaar Ministerie vindt deze handelswijze ‘zeer laakbaar'. ,,Als getolereerd wordt dat een burgemeester in het zadel wordt geholpen op een wijze waarin dit in Roermond dreigde te gebeuren, gaat daar een corrumptieve werking vanuit. De democratie zou hierdoor een grote deuk hebben opgelopen,'' stelden de officieren van justitie op zitting. ,,Dit soort praktijken ondermijnen het fundament van het vertrouwen dat een burger in de overheid mag hebben.''

Offermans werd na zijn sollicitatiegesprek door de vertrouwenscommissie naar voren geschoven als beste kandidaat voor het burgemeesterschap van Roermond. Nadat het Openbaar Ministerie in oktober vorig jaar bekendmaakte onderzoek te doen naar de benoemingsprocedure, trok hij zijn kandidatuur in. Ook stapte hij op als burgemeester van Meerssen.

De voormalig burgemeester staat terecht voor ambtelijke corruptie, oplichting en het medeplegen van schending van het ambtsgeheim. Het Openbaar Ministerie heeft vandaag 120 uur werkstraf tegen hem geëist.

Bron: OM

Meer weten? Kom op vrijdag 11 april naar de Cursus Corruptie, verzorgt door Diederik van Omme (Brink Attorneys) en Jack van Zijl (Landelijk corruptieofficier van justitie).

Klik hier voor meer informatie.

Print Friendly and PDF ^

Weekers overweegt wetswijziging naar aanleiding van Liborboete

Geldboetes en schikkingen die zijn betaald aan een buitenlandse overheid, zijn op grond van de Nederlandse wet in beginsel aftrekbaar. Echter, voordat tot aftrekbaarheid van een buitenlandse boete of schikking kan worden gekomen, moet wel vaststaan of deze boete of schikking niet kan worden toegerekend aan een buitenlandse dochtermaatschappij of aan een buitenlandse vaste inrichting (filiaal). Immers, als de boete in het buitenland thuishoort, kan er geen sprake zijn van aftrek in Nederland.  De wetgever heeft destijds bij de parlementaire behandeling in 1990 om de volgende redenen afgezien van het uitbreiden van de niet-aftrekbaarheid tot boetes die aan een buitenlandse overheid zijn betaald:

 1) Voor buitenlandse (niet EU-) boetes geldt dat er geen inbreuk op de Nederlandse rechtsorde is geweest. Bij boetes die door de Nederlandse overheid zijn opgelegd, is de niet-aftrekbaarheid ingevoerd om te voorkomen dat de in Nederland opgelegde straf wordt uitgehold doordat de boete ten laste van de winst kan worden gebracht.

 2) Uitbreiding tot buitenlandse boetes zou kunnen inhouden dat ook de aftrekbaarheid wordt uitgesloten voor vergrijpen die het Nederlandse rechtsbestel niet kent of indien bij de berechting van een gedraging niet de algemeen aanvaarde beginselen van een behoorlijk strafrechtspleging in acht zijn genomen.

 3) Een meer praktisch bezwaar is dat het voor toetsing van de aftrekbaarheid van de in het buitenland opgelegde boetes de fiscus zou moeten kunnen beschikken over adequate informatie omtrent de veroordelingen tot deze geldboetes. Indien de niet-aftrekbaarheid zich zou uitstrekken tot buitenlandse boetes en de Belastingdienst steeds zou moeten toetsen of een buitenlandse boete voldoet aan de Nederlandse maatstaven, zou dat leiden tot meer uitvoeringslasten.

 Voor fiscale doeleinden kan een voorziening worden getroffen ten laste van de fiscale winst indien op de balansdatum duidelijk is dat een toekomstige betaling moet worden gedaan die zijn oorsprong vindt in feiten en omstandigheden die zich voorafgaand aan de balansdatum hebben voorgedaan. Daarbij geldt dat er een redelijke mate van zekerheid moet bestaan dat de uitgaven zich ook daadwerkelijk materialiseren en bovendien toerekenbaar zijn aan het onderhavige jaar. Wellicht ten overvloede merk ik op dat vorming van een voorziening niet aan de orde kan zijn indien de gemaakte uitgaven niet voor aftrek in aanmerking komen op grond van een wettelijke bepaling.

 Er bestaat geen verschil in fiscale behandeling van een opgelegde boete of het aangaan van een schikking. Deze worden fiscaal op een gelijke wijze behandeld. Schadevergoedingen daarentegen vloeien voort uit een privaatrechtelijke rechtsbetrekking en kunnen als kosten die samenhangen met het drijven van een onderneming in mindering worden gebracht bij de bepaling van de belastbare winst. Overigens kent het Nederlandse burgerlijk recht als zodanig geen schadevergoedingen van punitieve aard.

 Weekers vraagt zich echter sterk af of een onderscheid in behandeling tussen binnenlandse en buitenlandse boetes in het huidige tijdsgewricht nog wenselijk is. De staatssecretaris overweegt daarom voor te stellen ook buitenlandse boetes niet langer in aftrek toe te laten. Ik zal daarover zo mogelijk dit jaar nog of anders begin volgend jaar een brief aan de kamer sturen. Daarin zal ik de gevolgen van een eventuele wijziging, onder andere voor de uitvoerbaarheid daarvan, tegen het licht houden. Daarbij wil ik ook bekijken hoe voorkomen zou kunnen worden dat het in het buitenland actieve Nederlandse bedrijfsleven onevenredig zwaar zou worden getroffen door in het buitenland opgelegde geldboetes die in een vergelijkbaar geval nooit in Nederland zouden kunnen worden opgelegd.

 Vragen van de leden Nijboer en Groot (beiden PvdA) aan de minister van Financiën over het bericht dat de Rabobank heeft aangekondigd de Liborboete in mindering te brengen op de nettowinst van de bank

 

Print Friendly and PDF ^

Ambtsmisbruik door ambtenaar UWV: Onterechte uitkering in ruil voor telefoonsek

Rechtbank Groningen 29 maart 2013, LJN BZ5966

Feiten

Verdachte heeft in zijn functie als ambtenaar bij het UWV een voormalig uitkeringsgerechtigde, wier recht op uitkering was beëindigd, geldbedragen overgemaakt in ruil voor telefoonseks. Verdachte heeft haar in eerste instantie doen geloven dat zij recht had op de bedragen die haar door verdachte zijn uitgekeerd, maar heeft vervolgens op een tegenprestatie in de vorm van telefoonseks aangestuurd.

Standpunt van de verdediging 

De raadsman heeft zich ten aanzien feit 1 primair op het standpunt gesteld dat verdachte geen ambtenaar in de zin van de betrokken bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht is, zodat niet kan worden bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ambtsmisbruik. Onder de uitbreiding die de Hoge Raad aan het begrip ambtenaar heeft gegeven worden medewerkers van het UWV niet genoemd.

Subsidiair is de raadsman van mening dat verdachte geen strafrechtelijke norm heeft overschreden. Mevrouw had recht op de geldbedragen die verdachte aan haar heeft overgemaakt en zij had er kennelijk geen moeite mee dit geld te ontvangen. Het is maar de vraag of betrokkene naar waarheid heeft verklaard en of zij wel zo’n slachtoffer van verdachte is geweest als zij wil doen voorkomen. Verdachte dient dan ook van dit feit te worden vrijgesproken.

De raadsman heeft tevens vrijspraak van feit 2 bepleit op dezelfde hiervoor met betrekking tot feit 1 genoemde grond.

Daarnaast kan niet worden bewezen dat verdachte geld heeft verduisterd. Hij was bevoegd om zelfstandig beslissingen te nemen omtrent het toekennen van uitkeringen en de Toeslagenwet was in casu van toepassing. Betrokkene had recht op de haar door verdachte toegekende bedragen.

Omdat niet vast staat dat verdachte zich gelden wederrechtelijk heeft toegeëigend dient hij tevens van feit 3 te worden vrijgesproken.

Oordeel van de rechtbank 

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Aan het begrip “ambtenaar” in de artikelen 359 en 365 van het Wetboek van Strafrecht komt een autonome betekenis toe. Niet is slechts ambtenaar in de zin van deze bepalingen hij die ambtenaar is in de zin van de Ambtenarenwet. Onder ambtenaar in de zin van deze bepalingen moet tevens worden verstaan degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd.

Het begrip “ambtenaar” wordt daarbij niet begrensd door het bepaalde in artikel 84 van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel geeft geen definitie van het (strafrechtelijke) begrip ambtenaar, maar veeleer voorbeelden (niet uitputtend) van personen die ook als ambtenaar in de zin van het Wetboek van Strafrecht moeten worden beschouwd.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) is, naar van algemene bekendheid is, een zelfstandig bestuursorgaan. Op grond van artikel 1, onder a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is - voor zover hier van belang - een zelfstandig bestuursorgaan een bestuursorgaan van de centrale overheid dat met openbaar gezag is bekleed. Verdachte was als medewerker van het UWV bevoegd zelfstandig beslissingen omtrent het toekennen van uitkeringen te nemen. De rechtbank is van oordeel dat dit een functie betreft met een evident openbaar karakter, waarbij hij werkzaam was onder toezicht en verantwoordelijkheid van het UWV. Gelet hierop kan verdachte worden aangemerkt als ambtenaar in de zin van de artikelen 359 en 365 van het Wetboek van Strafrecht.

Verdachte had het gezag de betalingen aan betrokkene te (laten) doen en hij heeft betalingen aan haar gedaan waar zij geen recht op had in ruil voor telefoonseks, wetende dat zij in een kwetsbare positie verkeerde. Daarbij is van belang dat zij als gevolg van deze betalingen niet vrij meer was de seksueel getinte verzoeken van verdachte naast zich neer te leggen.

Verdachte kon in zijn hoedanigheid beschikken over geld bestemd voor uitkeringen op grond van de Ziektewet en de Toeslagenwet. Hoewel betrokkene na 1 juni 2010 geen recht meer had op een uitkering, heeft hij haar wel geld verstrekt over een periode na deze datum. Aldus heeft hij als heer en meester over overheidsgelden, bestemd voor uitkeringen beschikt, zonder daartoe gerechtigd te zijn. Gelet hierop heeft verdachte zich (als ambtenaar) schuldig gemaakt aan verduistering.

Bewezenverklaring

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

1. Als ambtenaar door misbruik van gezag iemand dwingen iets te doen en te dulden, meermalen gepleegd.

2 en 3. De eendaadse samenloop van als ambtenaar opzettelijk geld dat hij in zijn bediening onder zich heeft, verduisteren en verduistering, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot:

  • een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 240 uren, met bevel dat vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast als veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht. De werkstraf moet zijn voltooid binnen een jaar na het onherroepelijk worden van het vonnis;
  • een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 3 jaar;
  • ontzetting van het recht ambten te bekleden voor de duur van 3 (drie) jaren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^