Werkstraffen geëist tegen oud-rechters om meineed

De officier van justitie van het parket Utrecht heeft vandaag naast voorwaardelijke celstraffen, werkstraffen geëist tegen twee oud-rechters. Zij worden ervan verdacht meineed te hebben gepleegd tijdens verhoren in de Chipsholzaak. Het Openbaar Ministerie acht bewezen dat de 67-jarige oud-rechter op 12 mei 2006 onder ede in strijd met de waarheid verklaarde dat de verklaring die hij op 8 oktober 2004 had afgelegd juist was. Deze eerdere verklaring hield in dat hij op 6 december 1994 geen telefonisch contact gehad zou hebben met mr. Smit, advocaat in de Chipsholzaak. De verklaringen van advocaat Smit en zijn secretaresse zijn echter bewijs dat er wel direct telefonisch contact is geweest tussen de oud-rechter en de advocaat. Daarnaast is er nog schriftelijk steunbewijs voor de verdenking.

Het tweede feit dat het Openbaar Ministerie bewezen acht en beide oud-rechters verwijt, is dat ze in strijd met de waarheid hebben verklaard over hun onderlinge contacten. Beiden verklaren in november 2010 dat zij misschien één of twee keer bij elkaar over de vloer zijn geweest (een housewarming en een verjaardag) en niet meer waren dan goede collega's. Een getuige heeft echter verklaard dat een van de oud-rechters geregeld bij de ander thuis kwam en daar mee at. Hoewel deze getuige in tweede instantie terugkomt op haar verklaring, is er volop steunbewijs uit tapgesprekken voor de juistheid van de eerdere verklaring.

Uit het onderzoek is onvoldoende bewijs naar voren gekomen voor het derde feit dat ten laste is gelegd, namelijk dat beide oud-rechters in november 2010 onder ede ontkenden met elkaar gesproken te hebben over de Chipsholzaak. Hierover heeft een voormalig griffier van de rechtbank Den Haag verklaard dat de beide rechters met elkaar over deze zaak hadden gesproken. Hoewel het Openbaar Ministerie deze verklaring betrouwbaar acht, is er gedurende het onderzoek geen nieuw of aanvullend bewijs voor dit feit gevonden. Voor dit feit is dan ook vrijspraak gevraagd.

"Er is niets mis met rechters die met elkaar eten", aldus de officier van justitie. "Waar het om gaat is dat er iets heel erg mis is als er door rechters onder ede wordt gelogen. Liegen onder ede raakt aan de waarheidsvinding en het streven naar gerechtigheid. Meineed is daarom een zeer ernstig feit." Voor beide verdachten eiste hij de maximale werkstraf van 240 uur met daarbij een voorwaardelijke celstraf van vier maanden voor de 67-jarige oud-rechter en een voorwaardelijke celstraf van twee maanden voor de 65-jarige oud-rechter.

 

Bron: OM

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF