Wanneer moet de bestuurlijke cautie worden gegeven?

  De cautie speelt zich alleen af in het strafrecht; het is een uiting van het nemo teneturbeginsel. In het bestuursrecht kennen we, bij het handhavingstoezicht, een heel ander beginsel. Dat beginsel is verwoord in artikel 5:20 Awb: een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Inderdaad, dat is precies het tegenovergestelde van het zwijgrecht, de spreekplicht (en nog meer dan dat, want het gaat om “alle medewerking”).

Stel je bent toezichthouder maar tevens opsporingsambtenaar. Je begint met het houden van toezicht bij een afvalstoffeninrichting. De chef van het terrein, de receptionist, de medewerkers, ieder is verplicht alle medewerking te verlenen. Dus je vraagt iedereen het hemd van het lijf, neemt vrijelijk foto’s, maakt kopieën van enkele logboeken en dan krijg je in het gesprek met de directeur in een keer het vermoeden dat er een strafbaar feit is begaan. Wat moet je nu doen? En wat betekent dat nu voor hetgeen de directeur, de receptioniste, de chef van het terrein en een aantal medewerkers hebben verklaard toen ze nog spreekplicht hadden?

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF