Voorzitter Raad: 'Terughoudend in gebruik rechter-plaatsvervanger'

De Rechtspraak zou terughoudend moeten zijn bij het inschakelen van rechters- en raadsheren-plaatsvervanger. Dit stelt Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, naar aanleiding van de discussie rondom de rol van een rechter-plaatsvervanger in een grote belastingzaak. “Ik denk dat we zo veel mogelijk moeten proberen te organiseren dat we reguliere rechters inzetten, zeker bij belangrijke zaken”, aldus Van den Emster.

Belastingregime

Medio juli oordeelde de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda dat het gunstige belastingregime voor ondernemers die een bedrijf erven ook geldt voor de erfgenamen van privévermogen. Het vonnis heeft mogelijk grote financiële consequenties. Een van de drie betrokken rechters is de Tilburgse hoogleraar belastingrecht Inge van Vijfeijken, die in Breda rechter-plaatsvervanger is. Haar betrokkenheid bij het vonnis in Breda is in diverse media en de Tweede Kamer ter discussie gesteld, omdat dit oordeel in het verlengde ligt van de mening die Van Vijfeijken als hoogleraar over dit thema heeft geuit. In die academische rol heeft zij zich uitgesproken tegen een onderscheid tussen ondernemings- en privévermogen in de Succesiewet. Dit onderscheid zou discriminerend zijn.

Vakgebied

Rechters- en raadsheren-plaatsvervanger zijn veelal advocaten of hoogleraren die bij gerechten zijn benoemd om recht te spreken in zaken binnen hun vakgebied. De mate waarin zij worden ingezet, verschilt per gerecht en per deelgebied binnen het recht.

Algemene zin

Raadsvoorzitter Van den Emster wil zich niet uitspreken over de inhoud van deze specifieke zaak. Wel stelt hij in algemene zin vast dat het goed zou zijn terughoudend te zijn met de inzet van rechters- en raadsheren-plaatsvervanger. Van den Emster wil daarover in overleg treden met de rechtbanken en gerechtshoven: “Een argument vóór hun inzet is dat zij het gerechten mogelijk maken flexibel te zijn in tijden van nood. Maar dat zouden we met 10.000 medewerkers in de Rechtspraak in principe zelf moeten kunnen organiseren.”

Getuige-deskundige

Een tweede voordeel is dat gerechten met plaatsvervangers de broodnodige know how ad hoc kunnen inschakelen. “Maar dat kun je vaak ook met getuigen-deskundigen oplossen”, aldus Van den Emster. “Bovendien kan je een getuige-deskundige publiekelijk ondervragen. Terwijl de opvatting van een rechter in de raadkamer onduidelijk blijft.” De positie van de rechter-plaatsvervanger kan vragen oproepen in de samenleving, beseft Van den Emster: “Het kan heel zinvol zijn ze bij specifieke zaken in te zetten, en dat gebeurt integer. Maar de maatschappij heeft soms vragen bij hun rol, en met die factor hebben wij rekening te houden.”

Hoger beroep

De fiscus is in hoger beroep gegaan tegen het Bredase vonnis. De overheid loopt jaarlijks circa 1,6 miljard euro erfbelasting mis als de uitspraak standhoudt. Zakelijke websites adviseren klanten om nu al bezwaar aan te tekenen tegen hun erfbelasting, vooruitlopend op de mogelijk nieuwe situatie.

Bron: de Rechtspraak

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF