Vier strafrechtelijke onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie

Het College van procureurs-generaal heeft besloten dat er vier strafrechtelijke onderzoeken worden ingesteld naar mogelijk strafbare euthanasie, uitgevoerd door artsen. Twee onderzoeken vallen onder het parket Noord-Holland, een onder parket Oost-Nederland en de vierde onder parket Den Haag.

Alle vier de zaken zijn vorig jaar door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie (OM) voor een strafrechtelijke beoordeling. Dat gebeurt bij elk onderzoek waarin de RTE hebben geconcludeerd dat een arts niet overeenkomstig de zorgvuldigheidsnormen heeft gehandeld.

In de twee zaken die door een officier van justitie in Noord-Holland worden onderzocht, gaat het om dezelfde arts. Het onderzoek richt zich op de dood van een 67-jarige vrouw in mei 2017 die wilsonbekwaam was en Alzheimer had. Volgens de toetsingscommissie kon de arts ten tijde van de levensbeëindiging niet vaststellen of het om een vrijwillig en weloverwogen verzoek tot euthanasie ging, omdat de wilsverklaring jaren eerder was opgesteld en daarna niet is herbevestigd. Ook heeft de arts volgens de commissie onvoldoende onderbouwd waarom de patiënte ondraaglijk leed.

De andere zaak draait om de levensbeëindiging van een 84-jarige vrouw in juni vorig jaar. De vrouw ervoer haar leven als uitzichtloos door verschillende lichamelijke aandoeningen. De toetsingscommissie oordeelde onder meer dat de arts niet tot de overtuiging heeft kunnen komen dat andere oplossingen om het lijden weg te nemen, ontbraken en het lijden daarmee uitzichtloos was.

Een officier van justitie van parket Oost-Nederland onderzoekt de euthanasie op een 72-jarige vrouw in april 2017. Zij had uitgezaaide kanker, was uitbehandeld en ervoer haar lijden als ondraaglijk door de snelle verslechtering van haar lichamelijke situatie. Twee dagen voor de levensbeëindiging raakte de vrouw in coma waardoor er sprake was van ernstige afasie en een wisselend verlaagd bewustzijn. De toetsingscommissie oordeelde in deze zaak onder meer dat de arts niet heeft kunnen vaststellen dat de beslissing tot euthanasie een vrijwillige en weloverwogen beslissing was. Een schriftelijke wilsverklaring ontbrak. Volgens de commissie kon de arts ook niet tot de overtuiging komen dat zij ondraaglijk leed afgaande op de feiten en omstandigheden in de periode kort voor de euthanasie.

En bij het OM in Den Haag doet een officier onderzoek naar de dood van een 84-jarige vrouw in februari vorig jaar. Zij was zeer beperkt in haar bewegingsvrijheid door longemfyseem. De vrouw beschikte over een euthanasieverklaring en had duidelijk de wens uitgesproken niet meer verder te willen leven. Aanvullend onderzoek of behandelingen wilde ze niet meer. Een van de conclusies van de toetsingscommissie was dat de arts te lichtvaardig heeft geoordeeld dat het lijden van zijn patiënt uitzichtloos was.

Aanwijzing

Het College van procureurs-generaal is op basis van de Aanwijzing vervolgingsbeslissing inzake actieve levensbeëindiging op verzoek (euthanasie en hulp bij zelfdoding) het orgaan dat beslissingen neemt over wel of niet vervolgen van de arts in euthanasie-zaken. Volgens het College zijn er in de vier eerdergenoemde zaken dusdanige verdenkingen van strafbaar handelen door de artsen dat strafrechtelijk onderzoek op zijn plaats is. Als die onderzoeken zijn afgerond, neemt het College vervolgens per zaak een besluit over het wel of niet vervolgen van de arts.

De RTE hebben in 2017 twaalf dossiers naar het OM gestuurd voor een strafrechtelijke beoordeling. In al deze gevallen is er volgens de RTE niet zorgvuldig gehandeld. Twee zaken worden momenteel nog beoordeeld. De tien andere zaken zijn beoordeeld en er is in de vier bovenstaande zaken besloten tot een strafrechtelijk onderzoek, in de zes andere niet.

Lopend onderzoek

Het College maakte in september vorig jaar bekend dat een officier van justitie in Den Haag onderzoek doet naar een mogelijk strafbare euthanasie uit 2016 op een 74-jarige ernstig demente en wilsonbekwame vrouw. De onderzoeksrechter gaat op korte termijn getuigen horen in deze zaak. Ook worden deskundigenrapporten opgemaakt. Zodra het onderzoek is afgerond, wordt de beslissing genomen of de arts niet of wel wordt vervolgd en voor de rechter moet verschijnen.

Bron: OM

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF