Versluierd taalgebruik en witteboordencriminaliteit

“Versluierd taalgebruik” is een term die je vaak in dossiers van onderzoeken in strafzaken zult aantreffen. Vooral in processen-verbaal in drugsdossiers komt de politie in haar analyse van afgeluisterde telefoongesprekken (in strafzaakjargon “tapgesprekken” genoemd) meer dan eens tot de conclusie dat de conversatie tussen de betrokkenen niet over, bijvoorbeeld, wit en bruin brood of over meloenen en sinaasappels gaat, maar over cocaïne en heroïne. Ook plaatsnamen worden in dit soort gesprekken “versluierd”: Manchester is eigenlijk Mumbai en in plaats van London moet je Lahore lezen.

De berechting op enige schaal van witteboordencriminelen is pas de laatste ongeveer 15 jaar goed op gang gekomen. En met enig vallen en opstaan hebben deze ontwikkelingen ertoe geleid dat dergelijke verdachten niet meer alleen boete of een taakstraf, maar ook gevangenisstraffen krijgen opgelegd. Dit alles wordt op een aardige manier verwoord in het interview met Marcel van Oosten, dat in het Financieel Dagblad van 29 april jl. staat te lezen en is gepubliceerd naar aanleiding van zijn afscheid als rechter in de rechtbank Amsterdam.

Van Oosten behandelde in zijn laatste jaren als rechter vooral fraudezaken en had dus veel met witteboordencriminelen en hun versluierd taalgebruik te maken. Hij wijst op de discrepantie tussen enerzijds een veelplegende winkeldief die voor het stelen van een blikje bier vier weken de bak in kan gaan, en anderzijds de functionaris van een onderneming die met listige kunstgrepen goedgelovige burgers duizenden euro’s afhandig maakt, en voorheen nog weleens aan een verblijf achter de tralies ontkwam. Versluierd taalgebruik of niet – die tijd is voorbij.

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF