Telecomgegevens voor opsporing niet altijd rechtmatig opgevraagd

De politiekorpsen kunnen via het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) klantgegevens van telecom- en internetbedrijven opvragen. Om de privacy van de burgers te beschermen zijn voorschriften opgesteld voor het verrichten van deze bevragingen. In 2012 hebben de Inspectie Veiligheid en Justitie en de Departementale Auditdienst van het ministerie van VenJ (DAD) onderzoek gedaan naar de uitvoering van bevragingen aan het CIOT door politiekorpsen. Daarbij is gekeken naar de rechtmatigheid van de bevragingen en de naleving van de processen van bevraging.

Procedures

De Inspectie en de DAD constateren dat alle korpsen het bevragingsproces hebben vastgelegd in procedures. Deze procedures zijn door de korpsen wel op zeer uiteenlopende wijze uitgewerkt. In het algemeen is het bevragingsproces gedeeltelijk beschreven, waardoor een juiste uitvoering van dit proces niet is geborgd. De documenten waarin de uitwerking van de rechtmatigheid en de procedurevoorschriften staan, zijn geclassificeerd en hebben een vertrouwelijke of geheime status. Daardoor zijn de vastgelegde voorschriften niet breed verspreid en is deze relevante informatie rondom de procedure bij de korpsen veelal beperkt bekend. Het gevolg hiervan is dat bij de bevragers onduidelijkheid bestaat over de vereisten waaraan de uitvoering van een bevraging dient te voldoen.

De procedures rond autorisatie van medewerkers zijn in een handleiding van het CIOT beschreven. De korpsen maken gebruik van deze handleiding. De procedures van autorisatie zijn hierdoor geborgd. Dit geldt niet voor het auditingproces. Een kleine minderheid van de korpsen heeft dit proces beschreven. Van de uitgevoerde controles vindt bovendien geen vastlegging plaats.

Rechtmatigheid

De Inspectie en de DAD constateren dat er naast een kennisprobleem ook sprake is van een administratief probleem. Bij de korpsen ontbreken nogal eens de vereiste documenten van bevragingen in hun administratie en kan geen koppeling tussen de geselecteerde bevraging en de bijbehorende documenten worden gelegd. Er is sprake van een grote mate van vrijblijvendheid ten aanzien van de registratie door het ontbreken van landelijke richtlijnen op dit gebied. Bij een aantal korpsen bestaat tevens onduidelijkheid over de vereisten waaraan een bevraging moet voldoen. Dit heeft gevolgen voor een juiste bevraging.

De Inspectie en de DAD zien het ontbreken van documenten als een administratieve omissie. Maar het ontbreken van de vereiste documenten wil niet zeggen dat er sprake is van onrechtmatige bevraging. In het licht van bestaande onduidelijkheid over de juiste uitvoering van de bevragingen blijkt dat van de bevragingen waarvan de documenten wel beschikbaar zijn, deze nagenoeg alle rechtmatig hebben plaatsgevonden.

De Inspectie en de DAD constateren dat deze knelpunten op het gebied van kennis en administratie zich niet voordoen bij de korpsen die gebruik maken van een geautomatiseerd ondersteuningssysteem van het bevragingsproces. Dit systeem leidt de bevrager door het gehele bevragingsproces. Tevens worden alle relevante documenten in dit systeem automatisch of dwingend vastgelegd. Daardoor is de controle op de bevraging gewaarborgd en kan de rechtmatigheid achteraf eenvoudig getoetst worden.

De Inspectie en de DAD constateren dat de gesignaleerde knelpunten uit dit onderzoek de afgelopen jaren geregeld aan de orde zijn gesteld. Vanaf 2007 komt in rapporten naar voren dat de korpsen geen goed beeld hebben van de regelgeving van CIOT-bevragingen, tussen de korpsen aanzienlijke verschillen bestaan in de uitvoering van het bevragingsproces en de medewerkers behoefte hebben aan richtlijnen over de wijze waarop de rechtmatigheid van verzoeken om CIOT-bevragingen dient te worden vastgesteld.

Vastgesteld wordt dat deze constateringen medio 2012 nog niet hebben geleid tot een adequate landelijke aanpak door de politiekorpsen en het ministerie van VenJ.

Aanbevelingen

Aan de minister van Veiligheid en Justitie

  • Actualiseer op zeer korte termijn de voorschriften voor CIOT-bevragingen en maak dezevoorschriften breed bekend aan de opsporingsdiensten. Op basis van deze voorschriften kunnen vervolgens landelijke eenduidige en heldere procedures voor de bevraging, registratie en verantwoording worden opgesteld en opgelegd.

Aan de korpschef nationale politie

  • Implementeer een geautomatiseerd ondersteuningssysteem voor het bevragingsproces bij het korps. Dit systeem stuurt het bevragingsproces, waarbij dan direct alle relevante documenten voor het vaststellen van de rechtmatigheid van bevragingen worden vastgelegd.
  • Waarborg de uitvoering van een uniform intern auditingsysteem voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de CIOT-bevragingen door het korps. Zorg er daarbij voor dat de interne controleslagen goed worden vastgelegd waardoor ook de toezichthouders van deze interne auditactiviteiten gebruik kunnen maken, met als bijkomend voordeel dat de toezichtslast zal afnemen.

Rapport 'CIOT bevragingen: proces en rechtmatigheid' (Ministerie van V&J)

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF