'Saunders en J.B. rivisited. Wat te doen met onder druk verkregen wilsafhankelijk bewijsmateriaal?'

Uit art. 14 lid 3, onderdeel g, Internationaal Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten volgt het recht van de verdachte om niet te worden gedwongen tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te leggen. Een ongeclausuleerde vrijwaring van meewerking aan het verzamelen van bewijsmateriaal tegen zichzelf volgt daar niet uit en is ook niet goed denkbaar. Waar immers de bewijslast ter zake van bestraffing bij de overheid rust zal de overheid over de nodige onderzoeksbevoegdheden moeten kunnen beschikken om aan die bewijslast te kunnen voldoen. Het zwijgrecht en het nemo tenetur-beginsel worden door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) begrepen onder art. 6 lid 1 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), omdat het tegengaan van ongeoorloofde dwang door de autoriteiten bij het verkrijgen van informatie noodzakelijkerwijs is verbonden met de notie van een eerlijk proces. Deze beginselen dragen bij aan het voorkomen van rechterlijke dwalingen (wegens onbetrouwbaar bewijs) en aan het waarborgen van de in art. 6 lid 2 EVRM gecodificeerde onschuldpresumptie, dat met zich brengt dat de bewijslast ligt bij de vervolgende instantie en dat bij het vergaren van bewijs geen ongeoorloofde dwang wordt toegepast.

In de rechtspraak wordt in dit verband een onderscheid gemaakt tussen wilsonafhankelijk en wilsafhankelijk materiaal. Dit onderscheid is van belang indien bestraffing – via het strafrecht of bestuursrecht – in het verschiet ligt, want wilsafhankelijk materiaal dat onder druk van de ‘verdachte’ is verkregen zal moeten worden uitgesloten als bewijs. Voorvraag is wanneer bewijs wilsafhankelijk is. Deze kwestie speelt vooral in het bestuursrecht waar veelal informatie of aangifteplichten gelden voor betrokkenen jegens de toezichthouder of belastinginspecteur. In deze bijdrage wordt ook stilstaan bij de nationale rechtspraak van de – thans nog – vier hoogste bestuursrechters over dit onderwerp. Maar eerst wordt een korte schets gegeven van de rechtspraak van het EHRM inzake dit onderwerp, gevolgd door een synthese van advocaat-generaal (A-G) Wattel.

Lees verder:

Print Friendly and PDF