'Registratie van persoonsgegevens door verzekeraars in geval van verzekeringsfraude'

Van verzekeringsfraude is sprake in geval van het opzettelijk misleiden van een verzekeraar bij de totstandkoming en/of uitvoering van een verzekeringsovereenkomst met de bedoeling om onrechtmatig verzekeringsdekking, -uitkering, -prestatie of dienstverlening te krijgen. Voor de bestrijding van verzekeringsfraude hebben verzekeraars zich jegens elkaar verplicht de fraude aan te pakken en te registreren. In deze bijdrage wordt beoordeeld of strafrechtelijke persoonsgegevens betreffende verzekeringsfraude conform de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen (GVPFI) en het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI) op zorgvuldige en behoorlijke wijze in de zin van artikel 6 Wbp worden verwerkt in de Gebeurtenissenadministratie, het Intern Verwijzingsregister (IVR), het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister (EVR).

Het kan strijd met artikel 6 Wbp opleveren indien persoonsgegevens intern gedeeld worden binnen een (te) grote groep (disproportioneel) en aan de geregistreerde niet de identiteit van alle tot de groep behorende verzekeraars wordt medegedeeld. Ook kan sprake van strijd met artikel 6 Wbp zijn indien geen proportionaliteitsafweging wordt gemaakt bij opname van persoonsgegevens in het Incidentenregister, niet door een onafhankelijke instantie wordt geoordeeld over de voor opname in het EVR vereiste gegronde verdenking van fraude en het beginsel van hoor en wederhoor niet wordt toegepast voorafgaand aan een EVR-registratie. Bij registratie van persoonsgegevens in strijd met de Wbp staan de geregistreerde vorderingen op grond van de Wbp en op grond van het Burgerlijk Wetboek (onrechtmatige daad) beschikbaar.

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF