Reactie op Column "Richtlijn 2016/343 betreffende de onschuldpresumptie: een einde aan publieke verwijzingen naar schuld van verdachten door het Openbaar Ministerie?"

Door David Schreuders (advocaat Simmons & Simmons, Amsterdam)

In de op 3 oktober jl. gepubliceerde column Richtlijn 2016/343 betreffende de onschuldpresumptie: een einde aan publieke verwijzingen naar schuld van verdachten door het Openbaar Ministerie? van Jakoline Winkels (Stibbe) is door de schrijfster een citaat uit het persbericht van het OM gebruikt om haar punt te onderbouwen:

‘Het plan om de “blijf en presteerpremie” om te zetten in de huurovereenkomsten werd volgens het OM door de voormalig werknemer aan de directievoorzitter van Achmea divisie Zorg en Gezondheid voorgelegd. Die zou het voorstel akkoord hebben bevonden, althans, niet tegen hebben gehouden. De werknemer wist volgens het OM dat het om een ‘niet-reguliere’ huurverhoging ging en dat het dus valsheid in geschrifte was. Hij heeft de vermoedelijke fraude hiermee gefaciliteerd. Het OM vindt dit ernstig.’

De schrijfster van de column concludeerde in de eerste versie van de column abusievelijk dat de ‘hij’ in de een-na-laatste zin van het citaat zou verwijzen naar de directievoorzitter (mijn cliënt), hetgeen incorrect is nu de verwijzing ziet op ‘de werknemer’.

De auteur van de column is hierop gewezen en zij heeft vervolgens de tekst van haar column op 10 oktober 2017 aangepast.

Ik hecht eraan om de lezers van de eerdere versie van de column op deze aanpassing te wijzen, nu daarin de onjuiste weergave van de feiten een incorrect beeld ten aanzien van mijn cliënt geeft.                                                                    

De kwalificatie ‘stuitend voorbeeld’ laat ik, gezien de mij bekende feiten uit de casus, voor rekening van schrijfster.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF