Rb Amsterdam geeft 10% strafkorting vanwege vormverzuim: buurman observeerde stelselmatig terwijl bevel ontbrak

Rechtbank Amsterdam 21 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7707

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 26 juni 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) een hoeveelheid cocaïne, te weten (ongeveer) 27,166 (zevenentwintig kilogram en honderdzesenzestig gram) kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet (Artikel 2B/C Opiumwet jo artikel 47 an het Wetboek van Strafrecht).

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair een beroep gedaan op de niet ontvankelijkheid van de officier van justitie. De buurman van verdachte heeft stelselmatig en op verzoek van de politie gedurende twee maanden het doen en laten van verdachte in de gaten gehouden. Bovendien krijgt de buurman bij zijn observaties instructies en opdrachten van de politie, zoals het maken van foto’s en het noteren van kentekens. Een bevel stelselmatige observatie als bedoeld in artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ontbrak echter. Door deze onrechtmatige stelselmatige observatie is gehandeld in strijd met de wet, de beginselen van een behoorlijke procesorde en is ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Vervolgens is op 13 en 19 mei 2014 eveneens onrechtmatig stelselmatig geobserveerd door opsporingsambtenaren, omdat een bevel van de officier van justitie ook hiervoor ontbrak. In het opsporingsonderzoek is daarom sprake geweest van een opeenstapeling van vormverzuimen, waardoor verdachte tekort is gedaan aan zijn recht op een eerlijke behandeling van de zaak.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat geen sprake is geweest van sturing of instructie van de kant van de politie. De buurman is eigener beweging begonnen met het observeren van verdachte en zijn bezoekers. De wijkagent, met wie de buurman contact had, probeerde hem zelfs op een bepaald moment hiermee te laten ophouden.

In het Handboek voor de opsporingspraktijk staat vermeld dat, wanneer een burger zelf naar de politie komt met informatie die bij hem aanwezig is, dan geen bevel ex artikel 126v Sv is vereist. Naar aanleiding van de verzamelde informatie gaat de politie zelf observeren op 13 en 19 mei 2014. Die bevindingen hebben geleid tot de stelselmatige observatie op 26 juni 2014, waar wel een bevel voor was afgegeven.

Als het gaat om de observatie van de buurman, en om de observaties van 13 en 19 mei 2014, kan derhalve niet geconcludeerd worden dat sprake was van een stelselmatige informatiewinning, gestuurd door de politie.

En mocht de rechtbank toch tot die conclusie komen, dan dient dit niet te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Oordeel van de rechtbank

Op 23 februari 2014 heeft de wijkagent naar aanleiding van een melding contact opgenomen met de buurman van verdachte. De buurman blijkt vanaf september 2013 al verschillende malen melding te hebben gemaakt van hetgeen hij heeft gezien in en om de woning van verdachte en met betrekking tot de bezoekers van verdachte. Op 23 februari 2014 wordt de afspraak gemaakt dat de buurman tot eind maart informatie bij de wijkagent zal aanleveren over de voertuigen en de bezoekers die bij verdachte komen. Op 26 februari 2014 verzoekt de wijkagent naar aanleiding van een mail van de buurman een kenteken op te nemen en te vermelden hoe de bezoeker komt, met of zonder tassen. Verder geeft de wijkagent aan dat hij meer moet hebben en vraagt ook van andere voertuigen foto’s te maken. Op 27 februari herhaalt de wijkagent het verzoek foto’s te maken. Op 3 maart 2014 mailt de wijkagent dat hij tot eind maart dossier wil opbouwen. Op 26 maart 2014, als de buurman mailt dat hij bijna is gesnapt en ermee stopt, antwoordt de wijkagent dat het verstandig is ermee te stoppen; er is voorlopig voldoende informatie, zo mailt hij. Gedurende de periode 23 februari 2014 tot 26 maart 2014 heeft de buurman gedetailleerde informatie verstrekt over de bezoekers en het komen en gaan van verdachte, zo nu en dan ondersteund door foto’s.

De informatieverschaffing door de buurman aan de politie in de periode 23 februari tot 26 maart 2014 is verkregen met medeweten van de politie. Deze informatieverschaffing door een burger leidt echter niet zonder meer tot de conclusie dat hiervoor een bevel van de officier van justitie is vereist. Er is in genoemde periode echter langdurig en tamelijk permanent gebruik gemaakt van de welwillende diensten van de buurman, waardoor een min of meer volledig beeld is verkregen van het komen en gaan van verdachte en van het bezoek dat verdachte kreeg. Bovendien heeft de wijkagent zo nu en dan instructies gegeven over de informatie die was gewenst. Gezien de aard en omvang van de observatie door de buurman, was daar een bevel van de officier van justitie tot het sluiten van een overeenkomst met de buurman ingevolge artikel 126v Sv vereist. Nu dat niet is gebeurd, is dan ook sprake van een vormverzuim.

Voor wat betreft de observaties door de politie op 13 en 19 mei 2014 ligt het anders. Er is in deze twee gevallen geen sprake van stelselmatige observatie, omdat niet kan worden gesteld dat een min of meer volledig aspect van het leven van verdachte in kaart is gebracht. De informatie die deze observaties hebben opgeleverd, kan worden beschouwd als verificatie van de informatie die de buurman heeft verstrekt, welke verificatie vervolgens kon worden meegewogen bij de vraag of tot een stelselmatige observatie zou worden overgegaan. Toen daarop positief werd beslist, heeft de officier van justitie daartoe op 23 mei 2014 een bevel gegeven. In deze gevallen is dan ook geen sprake van een vormverzuim.

Het verweer dat de officier van justitie niet ontvankelijk dient te worden verklaard wegens schending van de beginselen van een goede procesorde wordt verworpen. Niet gesproken kan worden van een zodanig vormverzuim dat doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF