Profijtontneming bij gebruik van voorwetenschap

Op 8 juli 2014 verwierp de Hoge Raad het beroep in de ontnemingszaak inzake Parcom. Verdachte was veroordeeld door het Hof Amsterdam en had een ontnemingsvordering van € 115.943,17 opgelegd gekregen. Verdachte had kennis van het voornemen van Parcom om een deelneming van 21% in Qurius te nemen. Het ging om niet-beursgenoteerde aandelen die in handen van PTV en AAC waren. Het bod op deze B-aandelen werd op 18 december 2006 goedgekeurd door de aandeelhouders van Parcom. Op diezelfde dag kocht de verdachte 296.796 aandelen voor een bedrag van € 302.501,12 met een gemiddelde van € 1,016 per aandeel. Op 3 januari 2007 werd de beslissing van Parcom door Qurius gepubliceerd, hetgeen resulteerde in een slotkoers van € 1,410.

Het hof berekende het wederrechtelijk verkregen voordeel door twee bedragen te vergelijken: het aankoopbedrag van de transacties van 18 december 2006 en de waarde van de aandelen op 3 januari 2007. Het hof nam de besparing van kosten tot uitgangspunt. Door de A-aandelen met gebruik van voorwetenschap op 18 december 2006 aan te schaffen bespaarde verdachte ongeveer € 115.000,-. Tegen deze wijze van berekenen werd een cassatiemiddel ingediend. De Hoge Raad fiatteerde de beslissing van het hof.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF