Position paper inzake de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie

De Tweede Kamer der Staten-Generaal acht een effectieve bestrijding van fraude met EU-middelen van groot belang onder meer vanwege het belang van doelmatige besteding van Europese gelden en het vertrouwen in het functioneren van de Europese Unie. Het spreekt daarom voor zich dat fraude met EU-middelen opgespoord, vervolgd en berecht dient te worden. Subsidies dienen te worden ingetrokken als er sprake is van fraude en/of als door een lidstaat niet of onvoldoende voorziet in opsporing, vervolging en berechting van deze fraude. Opgemerkt wordt dat artikel 86 van het Verdrag van Lissabon voorziet in een mogelijkheid om een Europees Openbaar Ministerie in te voeren en niet in een verplichting voor lidstaten een voorstel daartoe ook te accepteren ongeacht de inhoud.

Achtergrond

Op 17 juli 2013 publiceerde de Europese Commissie het voorstel voor een verordening tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie (hierna: EOM). Tegelijkertijd werd ook de verordening ter hervorming van het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) gepubliceerd en een mededeling over OLAF, het Europees Bureau voor fraudebestrijding. Dit pakket aan ontwerpwetgeving geeft invulling aan artikel 86 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), het Verdrag van Lissabon. Dit artikel voorziet in mogelijkheid van de oprichting van een EOM  met de bevoegdheid tot het opsporen, vervolgen en voor het gerecht brengen van daders van en medeplichtigen aan strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden.

De Europese Commissie stelt voor een EOM op te richten met exclusieve bevoegdheid (art. 11) om fraude met Europese gelden (art. 4) en strafbare feiten die hier onlosmakelijk mee zijn verbonden (art. 13) op te sporen en te vervolgen, met een Europees openbaar aanklager aan de top van een organisatie met een centrale structuur (art. 6) en doorzettingsmacht om onderzoek naar fraude met EU-gelden in lidstaten te prioriteren (art. 11).

Print Friendly and PDF