'Opzet in economische strafzaken in perspectief: een aanzet tot nadere meningsvorming'

Het opzet van de verdachte is een van de meest bepalende aspecten in economische strafzaken, maar wordt veelal gezien als een weerbarstig onderwerp. Het willen en weten van de verdachte – natuurlijk persoon of rechtspersoon – vormt in veel tenlasteleggingen in de gebruikelijk opgenomen zinssnede ‘al dan niet opzettelijk’ een prominent bewijsthema. Echter, er wordt in de praktijk door het Openbaar Ministerie veelal weinig of geen toelichtend stelling genomen ter onderbouwing van het al dan niet opzettelijk handelen van de verdachte en bij de verdediging lijkt een soort lethargie te bestaan voor wat betreft het voeren van een specifiek verweer op dit punt. Wellicht is bij menigeen die zich met het economisch strafrecht bezighoudt een soort blinde vlek ontstaan omtrent de precieze invulling van het opzetbegrip. Dat is naar onze mening niet verwonderlijk gezien de omstandigheid dat het opzet van de verdachte inhoudelijk nader wordt bepaald binnen de complexe regelgeving die aan het economisch strafrecht ten grondslag ligt. Opzet in economische strafzaken staat als onderwerp om de zoveel tijd in de belangstelling, in het bijzonder de zogenaamde ‘kleur’ van het opzet. De kleur van het opzet ziet op de normatieve inhoud van de reikwijdte van het opzetbegrip. De vraag die dan gesteld wordt is: is het opzet dat aan de verdachte ten laste is gelegd, gericht op het overtreden van de wet? Met andere woorden: wordt de eis gesteld dat de verdachte wist de wet te overtreden? De kleur van het opzet en de wijze waarop daaraan invulling dient te worden gegeven, was vlak na de invoering van de Wet op de Economische Delicten (WED) blijkens de jurisprudentie een onderwerp van discussie. Een kleine tien jaar geleden werd deze discussie in de jurisprudentie en daarop volgend de literatuur nog eens dunnetjes overgedaan. Na een kleine opleving van de discussie enkele jaren geleden lijkt het onderwerp een sluimerend bestaan te leiden, terwijl er naar onze mening voldoende reden is om de invulling daarvan blijkens de uitleg die daaraan in de praktijk wordt gegeven, sterk tegen het licht te houden.

Dit artikel tracht in de kwestie van de kleur van het opzet, maar ook in meer algemene zin – voor zover dat mogelijk is – een verduidelijking te bewerkstellingen omtrent de invulling van het opzetbegrip in economische strafzaken. Daarnaast beoogt deze bijdrage een aanzet tot een nadere meningsvorming over dit intrigerende leerstuk en vormt het in die zin tevens een oproep tot reactie.

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF