Onbevoegdverklaring raadkamer om kennis te nemen van bezwaarschrift onthouding processtukken

Rechtbank Rotterdam 1 februari 2013, LJN BZ0391 De raadsman heeft in onderhavige kwestie een bezwaarschrift ex artikel 32 Sv ingediend dat ertoe strekt dat zal worden bevolen dat de auditieve en audiovisuele registratie van het verhoor van de aangever aan de verdediging ter beschikking wordt gesteld en als processtuk aan het dossier wordt toegevoegd, zodat de betrokkene ook zelf kennis kan nemen van dit verhoor en de verdediging eventueel een gedragsdeskundige kan benaderen ter beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangever.

Standpunt OvJ

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de raadkamer onbevoegd is op het bezwaarschrift te beslissen. Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet herziening van de regels inzake processtukken in werking getreden. Het bezwaarschrift is op de voet van artikel 32 Sv, zoals deze bepaling luidde voor de inwerkingtreding van de laatstgenoemde wet, ingediend. Echter, doordat er geen overgangsbepaling in deze wet is opgenomen, dienen de nieuwe bepalingen te worden toegepast bij de behandeling van een dergelijk bezwaarschrift. Ingevolge de nieuwe wetgeving dient het onderhavige bezwaarschrift derhalve bij de rechter-commissaris te worden ingediend en door de rechter-commissaris te worden behandeld.

De officier van justitie heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de auditieve en audiovisuele registratie van het verhoor van de aangeefster geen processtuk betreft en er derhalve geen sprake is van onthouding.

Oordeel raadkamer

Blijkens de Memorie van Toelichting is overwogen dat de bezwaarschriftprocedure bij de raadkamer niet in alle opzichten voldoet, nu de raadkamer niet beschikt over de bevoegdheid om zelf overlegging van stukken te bevelen, almede de raadkamer niet beschikt over het volledige dossier zodat de toetsing beperkt is. Door overheveling van de bezwaarschriftprocedure van de raadkamer naar de rechter-commissaris wordt het mogelijk een volledige toetsing te realiseren, nu artikel 177a Sv regelt dat de rechter-commissaris over alle relevante stukken kan beschikken. De nieuwe regeling is dan ook gunstiger voor betrokkene.

Uit de Memorie van Antwoord blijkt voorts dat door de wetgever is overwogen om regels van overgangsrecht te ontwerpen, maar dat hiervan is afgezien wegens de onmiskenbare verbetering die de nieuwe wetgeving oplevert ten opzichte van de situatie tot 1 januari 2013. Nu voormelde wet geen bepalingen bevat inzake het overgangsrecht, moet worden aangenomen dat de bovenvermelde bepalingen van – onder meer – artikel 32 Sv bij de invoering van de wet onmiddellijk in werking zijn getreden.

Ingevolge artikel 32, vierde lid, Sv is de rechter-commissaris derhalve bevoegd te beslissen op het onderhavige bezwaarschrift.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF