OM eist in hoger beroep werk- en celstraffen tegen voorganger en zoon voor miljoenenfraude

De advocaat-generaal in Arnhem heeft gisteren in hoger beroep werkstraffen in combinatie met voorwaardelijke gevangenisstraffen geëist tegen een voorganger van een geloofsgemeenschap en diens zoon. De twee worden onder andere verdacht van oplichting van leden van de geloofsgemeenschap en anderen, valsheid in geschrift en overtreding van de Wet toezicht kredietwezen. De feiten vonden plaats in Putten en Velserbroek tussen maart 2003 en mei 2004. De verdachten wierven binnen en buiten de gemeenschap –zonder de daarvoor benodigde vergunning- geld voor financiële projecten in Zuid-Afrika. Een deel van het ingelegde deel werd in risicovolle projecten belegd, wat tegen de afspraak met de betrokken investeerders was. Een andere deel van het geld bleef achter in een stichting en werd op die wijze verduisterd. De gemeenteleden werden voor 5,1 miljoen euro opgelicht. Inmiddels is ongeveer 4 miljoen euro terugbetaald.

Tegen de voorganger werd een werkstraf van 192 uur en een voorwaardelijk gevangenisstraf van 6 maanden geëist. Tegen de zoon een werkstraf van 156 uur en 6 maanden cel voorwaardelijk. Daarnaast vorderde het OM schadevergoedingen voor de slachtoffers die zich hebben gemeld als benadeelde partij. Het OM neemt het de verdachten kwalijk dat ze mede uit winstbejag handelden, zonder zich goed te laten informeren over de risico’s en de vereiste vergunning. Hierdoor zijn talloze slachtoffers gedupeerd en is het imago van de financiële dienstverlening geschaad.

De rechtbank in Zutphen veroordeelde de verdachten eerder tot werkstraffen in combinatie met voorwaardelijke gevangenisstraffen. De verdachten gingen in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank.

Uitspraak (naar verwachting) op 13 november 2012.

 

Bron: OM

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF