'Nieuw protocol AAFD: Actieve of passieve medewerking van belastingadviseur aan fraude!?'

Op 26 juni jl. is in de Staatscourant de opvolger van de Richtlijnen AAFD gepubliceerd; het Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen. In het nieuwe Protocol wordt naast de in het oog springende wijzigingen in (i) het drempelbedrag van het fiscale nadeel (€ 100.000) en (ii) de wijze waarop het overleg tussen het de Belastingdienst en het OM plaatsvindt (‘afstemmingsoverleg' in plaats van selectie- en tripartitieoverleg), ook het criterium van de ‘Medewerking van adviseur, deskundige derde of douane-expediteur' nader ingekleurd.

Blijkens de oude richtlijnen werd dit criterium (toen nog ‘aspect' en later ‘indicator' genoemd) reeds van groot belang geacht bij het maken van de keuze in afdoeningsmodaliteit. In het nieuwe Protocol wordt wederom opgemerkt dat in een dergelijke situatie het vertrouwen van de overheid wordt misbruikt, te meer nu de Belastingdienst aan bijvoorbeeld belastingadviseurs bepaalde faciliteiten toekent, zoals de BECON-regeling. In zoverre niets nieuws. Wat wel nieuw is, is dat in het kader van dit misbruik van vertrouwen thans expliciet wordt verwezen naar afspraken over horizontaal toezicht. Wordt hiermee de reeds vaker in de vakliteratuur opgeworpen vraag beantwoord dat ingeval van betrokkenheid van een HT-adviseur bij vermoede fraude, een dergelijke zaak eerder voor het strafrecht wordt geselecteerd?

Lees verder:

Print Friendly and PDF