'Meer Brussel en meer Luxemburg in het strafrecht'

Anders dan in andere rechtsgebieden, die al veel langer binnen bereik van de interne markt en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU vielen, zijn we in het strafrecht nog niet zo gewend aan rechtstreekse werking van richtlijnen en bemoeienis van het HvJ bij de interpretatie ervan.

De richtlijnen die na de inwerkingtreding van het verdrag van Lissabon zijn aanvaard hebben betrekking op commune regels van het strafproces die van toepassing zijn in iedere strafrechtelijke procedure en hebben daardoor een veel bredere impact. Het invullen van vage begrippen in deze richtlijnen zal aanleiding geven tot prejudiciële vragen van nationale rechters.

Met ingang van 1 december 2014 krijgt het Hof van Justitie volledige jurisdictie over de pre-Lissabon regelgeving op strafrechtelijk gebied. Daardoor zal het HvJ een belangrijke rol gaan spelen bij de ontwikkeling van strafprocessuele waarborgen, waar voorheen vooral het EHRM de scepter zwaaide. Wat nog tot de praktijk moet doordringen is dat daarbij iedere strafrechter, of dat nu de rechter-commissaris in de Rechtbank Limburg is of het Hof Den Haag, in beginsel Unierechter is, Unierecht moet toepassen en prejudiciële vragen kan stellen.

Lees verder:

Print Friendly and PDF