Matchfixing in Nederland

Gisteren hebben onderzoekers van de Tilburg University, de Vrije Universiteit Amsterdam en EY hun rapport, “Matchfixing in Nederland, de aard en reikwijdte van het probleem, de risico’s en de aanpak” aangeboden.

Het onderzoek richt zich op de vraag op welke wijze en in welke mate matchfixing oftewel wedstrijdvervalsing in Nederland plaatsvindt en hoe de risico’s effectief kunnen worden ingeperkt.

Signalen van matchfixing in Nederland

Wanneer wordt gekeken naar concrete signalen van matchfixing, blijkt ten eerste uit de uitgevoerde enquête onder sporters dat 27 procent van hen denkt dat matchfixing zich in de eigen omgeving heeft voorgedaan. 8 procent kent mensen in zijn omgeving die benaderd zijn en 4 procent is zelf benaderd. Het gaat daarbij in meerderheid om gevallen van niet- gokgerelateerde matchfixing. Individuele interviews met sporters bevestigen dit beeld. In alle onderzochte sporten onderkenden respondenten dat matchfixing in hun sport kon voorkomen en in het voetbal en basketbal konden geïnterviewden een nog onbekend voorbeeld noemen van een geval van wedstrijdvervalsing. Ten derde wordt ook door afgeluisterde verdachten in opsporingsonderzoeken naar andere vormen van criminaliteit, incidenteel gesproken over matchfixing. De thans verzamelde informatie wijst erop dat matchfixing zich in Nederland niet op grote schaal voordoet, maar dat het probleem wel aan de orde is.

Tegengaan van matchfixing: internationale initiatieven

Wedstrijdvervalsing staat ook bij de internationale sportfederaties, bij de Raad van Europa (RvE) en binnen de Europese Unie (EU) sterk in de belangstelling. Er worden momenteel tal van initiatieven ontplooid om matchfixing beter te kunnen tegengaan. Het Internationaal Olympisch Comité, respectievelijk de FIFA en UEFA hebben regelgeving opgesteld die van toepassing is op de eigen leden en ondernemen ook concrete activiteiten op het vlak van bewustwording en de monitoring van sportwedstrijden. De draf- en rensport kent al langer regelgeving. De FIFA sponsort Interpol bij het ontwikkelen van een educatief programma dat wereldwijd wordt aangeboden aan sporters en sportbonden, alsmede aan opsporings- en handhavingsinstanties. De RvE is doende met het tot stand brengen van een verdrag, waarin zowel de sportorganisaties, de opsporings- en handhavingsinstanties als de kansspelaanbieders worden aangesproken. De RvE pleit, onder meer, voor nationale platforms, waar gegevens worden uitgewisseld. De EU heeft op het terrein van sport geen rechtstreekse competentie. De EU ontwikkelt dan ook vooral activiteiten op het terrein van good governance en de bescherming van de jeugd, of plaatst het thema van wedstrijdvervalsing in de context van het online gokken in de Unie. De Raad en de Commissie volgen vooralsnog de ontwikkelingen binnen de Raad van Europa.

Het juridisch instrumentarium in Nederland

Het juridisch instrumentarium om matchfixing aan te pakken kan worden onderscheiden in tuchtrechtelijke en strafrechtelijke kaders. In het tuchtrecht doen zich diverse tekortkomingen voor. Van de onderzochte sporten zijn alleen binnen het voetbal en de draf- en rensport bepalingen opgenomen in de reglementen die zien op de preventie, detectie en repressie van wedstrijdvervalsing. In de reglementen van andere onderzochte sporten komen woorden als gokken of wedden, manipulatie of corruptie en matchfixing of wedstrijdvervalsing, niet voor. De consequentie is dat de sportbond bij eventuele sanctionering terug moet vallen op zeer algemene bepalingen uit bijvoorbeeld het tuchtreglement. Het gevolg kan zijn dat een geconstateerd geval van matchfixing niet tot een tuchtrechtelijk oordeel leidt, of dat een veroordeling geen stand houdt bij de rechter. In aanvulling daarop blijkt uit het onderhavige onderzoek dat degenen die onder het tuchtrecht vallen, onvoldoende bekend zijn met de regelgeving.

Het voorhanden zijnde strafrechtelijk instrumentarium lijkt voldoende aanknopingspunten te bieden om gokgerelateerde matchfixing, al dan niet met toepassing van omkoping of dwang, te vervolgen. Voor de niet-gokgerelateerde varianten is dat minder evident. Of deze vormen van wedstrijdvervalsing onder de delictsomschrijvingen vallen, zal uit een toekomstige toets door de rechter moeten blijken.

Eindconclusie

De eindconclusie van het uitgevoerde onderzoek is dat matchfixing zich ook in Nederland voordoet, maar dat het fenomeen, voor zover de verzamelde informatie strekt, niet als structureel en wijdverbreid moet worden beschouwd. Echter, risico’s op matchfixing doen zich ook in Nederland voor. Bovendien kan een klein aantal fixers grote schade aan competities toebrengen en wedstrijdvervalsing verdient dan ook blijvende aandacht van alle relevante private en publieke partijen. De onderzoekers zien geen aanleiding voor een ‘Deltaplan’ van te nemen maatregelen, maar wel voor proportionele verbeteringen in de bestaande aanpak en regelgeving. Het rapport doet daartoe een aantal concrete aanbevelingen, in de sfeer van preventie, signalering en repressie.

Het rapport is opgesteld in opdracht van minister Edith Schippers van VWS in nauwe samenwerking met haar collega Opstelten van VenJ. Zij zullen op korte termijn hun reactie op dit rapport aan de Tweede Kamer zenden.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF