Kosten fraude-onderzoek niet voor rekening ambtenaar

Centrale Raad van Beroep 15 februari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:446

De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat de schade die uit de opdracht tot onderzoek voortvloeit in een te ver verwijderd verband staat met de aan appellante verweten gedragingen om een rechtens relevant causaal verband aanwezig te achten.

In december 2009 heeft het bestuur aan Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. (Hoffmann) opdracht gegeven tot het verrichten van een onderzoek naar de urenverantwoording en de declaraties van horecabonnen bij dienstreizen door appellante. Op 19 maart 2010 heeft Hoffmann daarover een rapport uitgebracht. In dat rapport is geconcludeerd dat appellante in de periode van januari 2007 tot september 2009 822,45 uren heeft gedeclareerd op data en tijdstippen waarop zij niet heeft gewerkt volgens de door haar zelf ingevoerde uren. Een andere conclusie in het rapport is dat appellante in de periode van februari 2008 tot en met juni 2009 27 horecabonnen heeft gedeclareerd die zij zelf heeft geschreven en waaraan in 24 gevallen geen werkelijk gemaakte dinerkosten ten grondslag bleken te liggen. Hoffmann heeft berekend dat de schade van deze door appellante gepleegde fraude € 8.335,64 aan ten onrechte geclaimde overuren en € 799,15 aan ten onrechte gedeclareerde horecabonnen bedraagt. De kosten van het onderzoek door Hoffmann bedroegen € 56.132,57 inclusief 19% BTW.

Bij het besluit van 28 oktober 2014 heeft het bestuur de kosten van het onderzoek door Hoffmann op appellante verhaald, voor zover die kosten zijn toe te schrijven aan het onderzoek naar de door appellante gedeclareerde horecabonnen. Het bedrag van het kostenverhaal is vastgesteld € 28.066,29, zijnde de helft van wat Hoffmann het kadaster in rekening heeft gebracht. Verder heeft het bestuur bepaald dat zij een vordering heeft op appellante van € 1,197,52 (netto) in verband met de onterecht uitbetaalde vergoeding van de horecabonnen. De totale vordering van het bestuur op appellante komt daarmee op € 29,263,81 (netto).

De Raad stelt voorop dat alleen schade die in een rechtens relevant causaal verband staat met de aan appellante verweten gedraging op grond van dit artikel op haar kan worden verhaald. De schade die het bestuur van appellante vordert, betreffen kosten die het directe gevolg zijn van de beslissing van het bestuur om aan Hoffmann de opdracht te verstrekken tot het verrichten van een onderzoek naar mogelijk frauduleus handelen van appellante. Die beslissing van het bestuur en de afweging van belangen die daaraan vooraf is gegaan, liggen buiten de directe invloedsfeer van appellante. De schade die uit die beslissing voortvloeit staat daarom in een te ver verwijderd verband met de aan appellante verweten gedragingen om een rechtens relevant causaal verband aanwezig te achten. Dat betekent dat het bestuur de kosten van Hoffmann niet op appellante had mogen verhalen.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF