Kamervraag over de schikking van het Openbaar Ministerie met Ballast Nedam

Eind december 2012 zijn Ballast Nedam en het OM zijn een transactie overeengekomen. Het bouwbedrijf heeft hiermee de strafvervolging afgekocht voor betalingen aan buitenlandse tussenpersonen van 1996 tot en met 2003. De betrokken dochtervennootschappen van Ballast betaalden 5 miljoen euro boete aan het Openbaar Ministerie. Ook moest het concern afzien van een vordering op de Belastingdienst van 12,5 miljoen euro. Over deze schikking zijn door het lid De Wit (SP) aan de minister van Veiligheid en Justitie kamervragen gesteld.

Opstelten geeft aan dat de schikking in overeenstemming in met de Aanwijzing hoge en bijzondere transacties en dat deze transactie een passende afdoening is, te meer nu de maximale boete is overeengekomen. Opstelten wijst erop dat aan een rechtspersoon slechts een financiële sanctie kan worden opgelegd. Bovendien wordt het onderzoek naar derden wordt voortgezet en heeft Ballast Nedam toegezegd haar medewerking aan het doorlopende onderzoek te zullen verlenen. Het enkele feit van deze schikking betekent niet dat er in dit onderzoek geen openbare verantwoording voor de strafrechter zal plaatsvinden, aldus Opstelten.

Volgens Opstelten bestaat niet het gevaar dat het OM door de handelwijze in deze zaak op grond van het principe “gelijke monniken gelijke kappen” zichzelf verplicht voelt om ook in de andere zaken te schikken? "Aan deze hoge transactie kunnen voor toekomstige gevallen geen rechten worden ontleend. Voor elke transactie geldt dat deze, gelet op de concrete omstandigheden van het geval, een passende afdoening moet vormen. Voor hoge transacties geldt deze eis des te sterker. In de Aanwijzing hoge en bijzondere transacties is daarom het uitgangspunt “dagvaarden, tenzij” opgenomen. Door verschillende omstandigheden kan evenwel een hoge transactie een passende afdoening vormen. In alle gevallen is sprake van maatwerk. Dat maakt dat in elke zaak opnieuw naar de omstandigheden van dat geval een afweging moet worden gemaakt."

Op de vraag of deze schikking niet des te meer ongewenst is, nu als gevolg daarvan ook omtrent de betrokkenheid van een Nederlandse provinciale bestuurder bij deze omkopingszaak nimmer helderheid zal ontstaan antwoord Opstelten dat de strafrechtelijke vervolging van de bedoelde Nederlandse ambtsdrage als gevolg van de buitengerechtelijke afdoening met Ballast Nedam niet is beëindigd. "De zaak tegen de Nederlandse ambtsdrager en de andere hoofdverdachten wordt op een openbare zitting behandeld."

Tot slot werpt De Wit de vraag op of Opstelten bereid is met het OM opnieuw te overleggen over de wenselijkheid van schikkingen. Opstelten ziet hiertoe echter geen aanleiding. "Elke hoge transactie die aan mij ter instemming wordt voorgelegd zal ik beoordelen met inachtneming van de kaders van de Aanwijzing hoge transactie, zoals nader uiteengezet in mijn hiervoor aangehaalde brief van 29 juni 2011."

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF