Inwerkingtreding van de Aanwijzing handhaving Telecommunicatiewet

Afgelopen vrijdag is de Aanwijzing handhaving Telecommunicatiewet in werking in werking getreden. De Telecommunicatiewet (Tw) kan zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk worden gehandhaafd. De aanwijzing beschrijft in welke gevallen en op welke wijze een overtreding van de Tw strafrechtelijk wordt gehandhaafd. De aanwijzing onderstreept het belang van een integrale aanpak voor een effectieve handhaving van de Tw en geeft aan wat dit concreet betekent.

Deze aanwijzing geeft regels voor de opsporing en vervolging bij de overtreding van de strafrechtelijk te handhaven bepalingen in de hoofdstukken 3 en 10 van de Tw.

De aanwijzing schetst hoe wordt opgetreden bij geconstateerd gebruik van jammers (blokkeerzenders van onder meer mobiele-telefonie- en GPS-signalen). Daarna geeft de aanwijzing regels voor de strafrechtelijke aanpak bij een verstoring van frequentieruimte in radiosignalen. De aanwijzing maakt hierbij onderscheid tussen etherpiraten (illegale omroepzenders) en niet-etherpiraten (bijvoorbeeld gebruikers van een marifoon, mobilofoon, portofoon zonder registratie of vergunning). Ten slotte bespreekt de aanwijzing wanneer strafrechtelijk wordt opgetreden bij het aantreffen van uitrusting of bij een handelsvoorraad uitrusting of apparatuur die niet voldoet aan de eisen als bedoeld in de artikelen 10.1 tot en met 10.3 Tw.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF