'Intern onderzoek en verschoningsrecht'

Valt een intern onderzoeksrapport dat is opgesteld door een advocaat ten behoeve van zijn cliënt onder de reikwijdte van het verschoningsrecht? Niet indien dat rapport uitsluitend feitelijke bevindingen bevat, zo oordeelde de Haagse rechtbank onlangs in de zogenoemde Vestia-zaak. De advocaat in kwestie had zelf benadrukt dat het rapport geen juridische bevindingen, kwalificaties of conclusies bevatte, waarop de rechtbank concludeerde dat geen sprake was van een intern, adviserend en vertrouwelijk stuk over de standpuntbepaling door Vestia in eventuele gerechtelijke procedures. Het rechtsbeginsel dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene moet kunnen wenden tot een advocaat voor bijstand en advies, zou niet in het geding zijn. Het ging hier immers niet om een juridisch advies, aldus de rechtbank. Deze beslissing heeft in de media de aandacht getrokken en heeft onrust veroorzaakt onder advocaten en cliënten die interne fraude-onderzoeken (hebben) laten uitvoeren. Zijn de daarvan opgemaakte rapportages nu "vogelvrij" verklaard indien en voor zover zij feitelijke bevindingen inhouden? Kunnen zulke rapportages vanaf heden ter kennis komen van privaatrechtelijke procespartijen en publiekrechtelijke overheden die inzage vragen of uitlevering vorderen?

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF