Informatie-uitwisseling tegen belastingontwijking

Op 12 april is in de Tweede Kamer gedebatteerd over het op 16 januari 2017 ingediende voorstel voor de Wet aanvullende regels uitwisseling landenrapporten.

De aanpak van belastingontwijking en agressieve fiscale planning staat internationaal hoog op de agenda. Op 5 oktober 2015 heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in dit kader de definitieve actierapporten van het project Base Erosion and Profit Shifting (BEPS-project) gepresenteerd. Het rapport inzake actiepunt 13 van het BEPS-project heeft betrekking op de zogeheten 'transfer pricing documentation and country-by-country reporting' en voorziet in een gestandaardiseerde documentatieverplichting voor multinationale groepen in de vorm van een landenrapport, een groepsdossier en een lokaal dossier, en roept op tot een automatische internationale uitwis-seling van de landenrapporten tussen de fiscale autoriteiten.

Op 1 januari 2016 is de Nederlandse wetgeving ter implementatie van deze OESO-standaard in werking getreden. Op basis van die wetgeving moeten in Nederland gevestigde entiteiten van multinationale ondernemingen jaarlijks ten behoeve van de belastingdiensten onder andere de wereldwijde fiscale winstverdeling inzichtelijk maken en aangeven hoeveel belasting in welk land wordt betaald.

Ook binnen de Europese Unie (EU) is het belang van (verrekenprijsdocumentatie en) 'country-by-country reporting' onderkend in de strijd tegen belastingont-wijking door grondslaguitholling en winstverschuiving. Dit heeft geresul-teerd in Richtlijn (EU) 2016/881 waarin voor de EU de verplichting tot het opstellen van een landenrapport en de automatische uitwisseling van de landenrapporten tussen de EU-lidstaten (lidstaten) is opgenomen.

Met zijn wetsvoorstel past Wiebes de bestaande wetgeving aan, zodat die in overeenstemming is met de Europese richtlijn over administratieve samenwerking tussen lidstaten bij belastingheffing. Die regelt onder andere de uitwisseling van landenrapporten.

In aanvulling op eerdergenoemde wetgeving ter implementatie van de OESO-standaard voorziet dit wetsvoorstel in enige additionele aanpassingen van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) en de Wet op de vennoot-schapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969) ter implementatie van die richtlijn. Zo wordt in de WIB de grondslag opgenomen voor de automatische verstrekking door Nederland van het landenrapport aan de andere relevante lidstaten en wordt in de Wet Vpb 1969 de mogelijkheid geïntroduceerd om een groepsentiteit binnen de EU aan te wijzen die voldoet aan de rapportageverplichtingen namens alle groepsentiteiten die gevestigd zijn in de lidstaten en wordt in deze laatst bedoelde wet een notificatieplicht opgenomen voor het geval de niet in Nederland geves-tigde zogenoemde uiteindelijkemoederentiteit weigert de nodige informatie voor het opstellen van een landenrapport te verstrekken aan een Nederlandse groepsentiteit (zie verder hierna onder 4). De beoogde inwerkingtredingsdatum van de wetswijzigingen is 5 juni 2017 en de wetswijzigingen vinden toepassing met betrekking tot verslagjaren die beginnen op of na 1 januari 2016. Het wetsvoorstel bevat geen verplich-tingen die niet samenhangen met de implementatie van Richtlijn (EU) 2016/881. Een transponeringstabel maakt deel uit van deze toelichting.

Debat

Openbaarheid

Moeten we multinationals verplichten om hun landenrapporten openbaar te maken? De Europese richtlijn regelt dit niet, maar Leijten (SP) vindt dat in ieder geval de mogelijkheid daartoe in de wet moet staan. Ze krijgt echter weinig bijval.

  • Omtzigt (CDA): multinationals gaan shoppen als EU-lidstaten de richtlijn verschillend implementeren
  • De Vries (VVD): laat het over aan de bedrijven zelf
  • Van Weyenberg (D66) en Schouten (ChristenUnie): regel het op Europees niveau
  • Nijboer (PvdA): spreek bedrijven aan op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid

Een nationale verplichting om landenrapporten openbaar te maken, zegt de staatssecretaris, verstoort het gelijke speelveld.

Boetes

Multinationals die niet voldoen aan de verplichting om een landenrapport op te stellen, kunnen een boete krijgen van 20.000 euro. Maar is dat bedrag wel afschrikwekkend genoeg voor grote multinationals? Van Weyenberg, Van der Lee (GroenLinks) en Schouten betwijfelen dat.

De boete voor het niet aanleveren van een landenrapport is gelijk aan die voor het niet nakomen van andere administratieve verplichtingen, zegt Wiebes. Volgens hem is er nu geen aanleiding om die te verhogen. Omtzigt suggereert dat openbaarmaking van boetes ook afschrikwekkend kan werken.

750 miljoen

De verplichting om landenrapporten op te maken geldt alleen voor multinationals met een omzet van meer dan 750 miljoen. Waarom ligt die grens niet lager?, vraagt Leijten. Van der Lee suggereert om er 40 miljoen van te maken.

Het verlagen van de omzetgrens doet weinig tegen belastingontwijking, verwacht Wiebes, maar levert wel veel extra administratieve lasten op.

Soevereiniteit

Het uitwisselen van landenrapporten op grond van een EU-richtlijn is een nieuwe stap op weg naar Europese belastingen, denkt Mulder (PVV). Hij beschouwt het als een aantasting van de "fiscale soevereiniteit" en is er dan ook tegen.

De Kamer stemt op 18 april over het wetsvoorstel.

 

Voor meer informatie:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF