In hoger beroep 40 maanden cel geëist tegen Haagse advocate wegens miljoenenfraude

De advocaat-generaal in Den Haag heeft in hoger beroep veertig maanden cel geëist tegen een inmiddels 57-jarige ex-advocate uit Den Haag wegens miljoenenfraude in de periode 2008 tot 2012. Het gaat in totaal om ruim vier miljoen euro. Ze heeft zich in de visie van het OM schuldig gemaakt aan oplichting van meerdere organisaties, waaronder enkele wooncorporaties, valsheid in geschrift en witwassen.

De ex-advocate was eigenaar van een advocatenkantoor in Den Haag en Amersfoort. Door haar strafbare handelen kon zij miljoenen bijschrijven op haar rekening. Dit deed zij door cliënten hoge bedragen te laten overmaken door valse stukken op te (laten) stellen. In deze stukken werden cliënten verzocht geld in een depot te storten. Het geld besteedde ze vervolgens aan juwelen, auto’s, dure kleding en andere goederen. Ook zou ze dure juwelen van ruim een ton hebben verduisterd bij een juwelier uit Krimpen aan den IJssel.

In hoger beroep stelde de verdachte zich op het standpunt dat zij de feiten in het geheel niet heeft gepleegd,. Ze wijst haar ex-man en kantoorpersoneel aan als degenen die daarvoor verantwoordelijk zouden zijn. Ze stelde dat ze er ook geen weet van heeft gehad als gevolg van de geconstateerde posttraumatische stressstoornis (PTSS): er zou, zo stelt ze, aantoonbaar sprake zijn geweest van zwaar psychologisch en economisch geweld, naast het fysieke en seksuele geweld door wijlen haar ex-echtgenoot. Deskundigen hebben inderdaad vastgesteld dat verdachte lijdt aan PTSS echter niet vastgesteld is dat de strafbare feiten haar niet kunnen worden toegerekend. Er is geen duidelijke causale relatie, aldus de deskundigen. Dit brengt met zich dat het OM vindt dat ze toerekeningsvatbaar is. Overigens is er, zo vindt de advocaat-generaal, ook meer dan voldoende bewijs in dossier aanwezig dat wijst naar verdachte.

Ze is dan ook strafbaar en een geheel onvoorwaardelijke celstraf van aanzienlijke duur is hier op zijn plaats, aldus de advocaat-generaal. “Het is onacceptabel dat mensen, zeker waar het een advocaat aangaat, die zich bezig houden met strafbare feiten goede sier kunnen maken met de verdiensten uit misdaad. Crimineel profijt maakt veelal een luxueus levenspatroon mogelijk. De uitstraling daarvan kan voor anderen drempelverlagend werken om ook strafbare feiten te plegen. Wat verdachte in het bijzonder kwalijk moet worden genomen is dat ze derden heeft betrokken bij haar frauduleuze handelingen. Een werkgever dient het kantoorpersoneel te beschermen en te faciliteren. Een werkgever dient het personeel zeker niet te betrekken bij frauduleuze handelingen. Uit de verklaringen volgt dat verdachte een zeer onveilige omgeving heeft gecreëerd voor haar personeel. Door verdachte wordt alle schuld geschoven naar o.a. haar ex-man. Hij is dood en niet in staat een weerwoord te geven op alle beschuldigingen. Dat rekent het OM de verdachte aan.”

De rechtbank veroordeelde de vrouw, conform de eis van de officier van justitie, tot drieënhalf jaar cel. De verdachte stelde hoger beroep in. Door het tijdsverloop valt de strafeis in hoger beroep twee maanden lager uit.

Uitspraak (naar verwachting) over twee weken.

 

Bron: OM

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF