In hoger beroep 25 jaar cel geëist voor moord en reeks fraudedelicten

De advocaat-generaal in Den Haag heeft tegen een 28-jarige man in hoger beroep 25 jaar gevangenisstraf geëist voor de moord op een 28-jarige man in Rotterdam, in de nacht van 24 op 25 februari 2013. De man wordt tevens verdacht van een reeks fraudedelicten. Een 43-jarige medeverdachte, betrokken bij de moord, hoorde in hoger beroep 5 jaar gevangenisstraf en TBS met dwang tegen zich eisen. Volgens het OM is bewezen dat het slachtoffer met voorbedachte raad om het leven is gebracht. Het slachtoffer was betrokken bij een plan van de hoofdverdachte (H.) om de verzekering op te lichten. Hiertoe zou een overval op het latere slachtoffer worden geënsceneerd. De uit te keren verzekeringspenningen zouden ten goede komen aan het bedrijf van H. Eerder, in januari 2013, had H. al een overval op zichzelf geënsceneerd, met dezelfde motieven.

Op de bewuste avond is H. met medeverdachte A. naar de woning van het slachtoffer gereden. Het slachtoffer, dat er van uitging dat hij zou worden mishandeld, wist niet dat H en zijn medeverdachte verder zouden gaan. Het slachtoffer werd daar op gruwelijke wijze om het leven gebracht. Er werd onder meer een kussensloop om zijn hoofd gedaan en zijn hals werd dichtgesnoerd met tape. Tevens werd hij met diverse voorwerpen gestoken. Toen het lichaam van het van het slachtoffer werd gevonden, zat er een mes in zijn lichaam gestoken.

  1. ontkent dat hij betrokken is geweest bij het plan en de uitvoering van het dodelijke geweld. Hij wijst de beschuldigende vinger naar medeverdachte A. De advocaat-generaal acht de verklaring van H. niet geloofwaardig. De bekennende verklaring van verdachte A. is dat in de visie van het OM wel. Daaruit blijkt dat het geweld door beide verdachten is toegepast. Uit andere bewijsmiddelen blijkt dat verdachte H. het brein is achter het moordplan en dat hij verdachte A. heeft gemanipuleerd.

Gedragsdeskundigen hebben een persoonlijkheidsstoornis bij A. geconstateerd. De conclusie dat A. sterk verminderd toerekeningsvatbaar is, neemt het OM over. De rechtbankveroordeelde A. tot 5 jaar cel en TBS met dwang. A. is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan.

De rechtbank veroordeelde H. tot 20 jaar cel, na een eis van 25 jaar van de officier van justitie. Verdachte en OM hebben tegen dit vonnis hoger beroep aangetekend. De advocaat-generaal vindt dat de opgelegde 20 jaar onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten.

Naast het organiseren en uitvoeren van de moord H. heeft onder meer systematisch verzekerings- en belastingfraude gepleegd, waarbij hij niet schroomde anderen ongewild in zijn praktijken te betrekken. De verdachte heeft eerder vermogensdelicten gepleegd. In 2007 is hij samen met A. veroordeeld voor de afpersing van de ouders van medeverdachte A.

De advocaat-generaal in zijn requisitoir: ,,Een strafzaak als deze is uniek in zijn gruwelijkheid. In dit dossier zien we een persoon, die al frauderend door het leven gaat met als meest gruwelijke hoogtepunt de moord op het 28-jarige slachtoffer, wat hij doet om de penningen van de levensverzekering op te strijken. Al manipulerend trekt hij de makkelijk beïnvloedbare A. in deze gruwelijkheid mee. Een zeer langdurige gevangenisstraf is het enige antwoord op deze gedragingen van verdachte. De maatschappij dient zo lang mogelijk tegen de heer H. te worden beschermd.’’

Uitspraak (naar verwachting) over twee weken.

Bron: OM

 

Print Friendly and PDF