Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn ingediend bij Tweede Kamer

Op 12 oktober jl. is de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel strekt tot implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn. Voorts geeft het wetsvoorstel uitvoering aan de Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1781/2006.

De vierde anti-witwasrichtlijn diende reeds op 26 juni 2017 in nationale wet- en regelgeving geïmplementeerd te zijn. Dit is ook de datum waarop de verordening van toepassing wordt. Bij deze toelichting is een transponeringstabel behorende bij de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn en de verordening opgenomen. Omdat implementatie van de richtlijn een uitgebreidere bespreking behoeft, staat deze in de navolgende paragrafen van de memorie van toelichting centraal.
 

Anti-witwasrichtlijn

De richtlijn is de vierde richtlijn waarmee op Europees niveau wordt beoogd de dreiging van witwassen en financieren van terrorisme aan te pakken. De eerste richtlijn, richtlijn 91/308/EG richtte zich met name op witwassen in termen van drugsmisdrijven en bevatte uitsluitend verplichtingen voor de financiële sector.

Dit toepassingsbereik werd met de tweede richtlijn, richtlijn 2001/97/EG uitgebreid, zowel voor wat betreft strafbare feiten als ten aanzien van categorieën beroepen en personen die onder de verplichtingen van de richtlijn kwamen te vallen. De uitbreiding van de aanbevelingen van de Financial Action Task Force in juni 2003 vormde aanleiding voor de derde anti-witwasrichtlijn, richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en een uitvoeringsrichtlijn, richtlijn 2006/70/EG van de Europese Commissie.

De derde anti-witwasrichtlijn richtte zich, conform de FATF-aanbevelingen, ook op het financieren van terrorisme, bevatte aangescherpte regels met betrekking tot identificatie en de verificatie van de identiteit van de cliënt en schreef voor dat, afhankelijk van het risico op witwassen of financieren van terrorisme in een concreet geval, een verscherpt of vereenvoudigd cliëntenonderzoek moet of kan worden verricht.

De vierde richtlijn vervangt de derde anti-witwasrichtlijn en vult het bestaande instrumentarium om witwassen en financieren van terrorisme tegen te gaan verder aan.
 

Verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie

De verordening vervangt verordening (EG) Nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU 2006, L 345). De aanleiding voor het in werking treden van een nieuwe verordening is gelegen in de herziene FATF-aanbevelingen, waaronder met name aanbeveling 16 met betrekking tot elektronische geldovermakingen. Uit deze aanbeveling volgt dat landen ervoor zorg moeten dragen dat financiële instellingen, waaronder met name de betaaldienstverleners, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van richtlijn 2007/64 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, (girale) overschrijvingen vergezeld laten gaan van alle noodzakelijke informatie over de afzender en de begunstigde van een transactie, waarbij deze informatie door de gehele betaalketen bij de geldovermaking gevoegd dient te blijven. Daarmee wordt een volledige traceerbaarheid van geldovermakingen beoogd, hetgeen wordt beschouwd als een belangrijk hulpmiddel om witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken. De mogelijkheid die op deze manier gecreëerd wordt om de herkomst en bestemming van financiële geldstromen te achterhalen, dient in voorkomende gevallen strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen of financieren van terrorisme.
 

Voor meer informatie:

 

 

 

 

Print Friendly and PDF