Gevangenisstraffen geëist tegen leidinggevenden rederij voor ‘beachen van schepen’

Het Openbaar Ministerie heeft in de rechtbank in Rotterdam boetes tot 750.000 euro geëist tegen elk van zes ondernemingen, die tot het Seatrade concern behoren. Tegen de leidinggevenden van twee ondernemingen eist het OM gevangenisstraffen tot zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Het OM verwijt de verdachten dat zij in strijd met de Europese regels voor overbrenging van Afvalstoffen schepen hebben laten slopen op stranden in India en Turkije.

Uit onderzoek door de Zeehavenpolitie blijkt dat de ondernemingen vier schepen, te weten de Spring Bear, de Spring Bob, de Spring Panda en de Spring Deli uit de havens van Rotterdam en Hamburg hebben laten vertrekken met het voornemen om deze te laten slopen op stranden in India of Bangladesh. De Spring Bear zou vervolgens op 12 juni 2012 het strand in Alang in India zijn opgevaren. De Spring Bob eindigde uiteindelijk op het strand in Bangladesh en de Spring Panda en Spring Deli zijn gesloopt bij sloopwerven in Turkije. Volgens het OM is dit in strijd met de Europese regels voor Overbrenging van afvalstoffen (EVOA). Schepen die op eigen kracht naar hun laatste bestemming varen bevatten grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen zoals bunkerolie, smeerolie, PCB’s en asbest. Aangezien het hier gaat om koelschepen bevatten zij ook nog HCFK’s. Wanneer schepen die voor de sloop zijn bestemd niet zijn ontdaan van deze gevaarlijke stoffen, dienen zij te worden beschouwd als gevaarlijk afval. Overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen uit de Europese Gemeenschap naar India, Bangladesh én Turkije is verboden.

‘gevaarlijkste baan ter wereld’

“Het slopen van afgedankte zeeschepen op de stranden van India, Bangladesh en Pakistan is gevaarlijk voor de arbeiders en brengt grote milieuverontreiniging met zich mee” zeiden de officieren op zitting: “Maatregelen zoals een veilig opvangsysteem voor lekkende olieresiduen, de voorafgaande verwijdering van asbest met beschermende uitrusting en gasafzuiging om explosies te voorkomen zijn niet verplicht. Er zijn weinig inzamelingsplaatsen voor gevaarlijk afval, materiaal dat niet kan worden gerecycled, wordt meestal ter plaatse gedumpt en zo worden bijvoorbeeld PVC-coatings van kabels vaak verbrand in de open lucht. Daarnaast zijn de veiligheids- en gezondheidsomstandigheden op de Zuid-Aziatische sloopwerven kritiek. Met name door het gebrek aan zware machines (kranen) en veiligheidsuitrusting voor de arbeiders is het risico op ernstige ongevallen groot.” Er wordt geschat dat duizenden arbeiders ongeneeslijke ziektes oplopen door contact met en inademen van giftige stoffen zonder minimale voorzorgs- of beschermingsmaatregelen: “De Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties heeft dit werk uitgeroepen tot de meest gevaarlijke baan van de wereld.”

Strafeisen

De officieren spraken op zitting van ernstige feiten. “De handelwijze van verdachten laat zien dat het de verdachten er alles aan is gelegen om een maximale opbrengst bij verkoop te generen en ook om buiten beeld te blijven ten einde niet op de name en shame lijsten te komen.” Zeiden de officieren op zitting: “Louter en alleen financiële drijfveren. Wel bewust kozen verdachten voor slopen in slechte omstandigheden omdat daarmee de meeste winst wordt gegenereerd.” De besluitvorming om de schepen te laten ‘beachen’ vond plaats in Groningen. De verschillende rechtspersonen werkten hierbij samen. De drie leidinggevenden van de betrokken ondernemingen hebben in onderling overleg bepaald dat de schepen uit de vaart werden genomen en ter sloop verkocht zouden worden. Zij hadden dit kunnen stoppen maar dit hebben zij niet gedaan. “Zonder blikken of blozen aanvaarden verdachten de huidige ontmantelingsmethoden die het leven en de gezondheid van de arbeiders in gevaar brengen en het milieu in grote mate verontreinigen. Door hun handelen houden verdachten deze verwerpelijke ontmantelingsmethoden in stand. Daarmee zadelen ze ontwikkelingslanden met grote milieuverontreiniging en gezondheidsrisico’s op.” Gelet op de aard van de feiten en de daarbij betrachte opzet met nadrukkelijk ook het oogmerk van financieel gewin zijn forse straffen op hun plaats. Het OM eiste tegen ieder van de drie centrale ondernemingen van het Seatrade concern een geldboete van 750.000 euro. Tegen elk van de drie bedrijven waarin de schepen waren ondergebracht eiste het OM 100.000 euro boete. De leidinggevenden hoorden ieder zes maanden gevangenisstraf waarvan twee maanden voorwaardelijk tegen zich eisen.

Op zitting werd ook een ontnemingsvordering aangekondigd, omdat misdaad niet mag lonen. Op woensdag gaat de zitting weer verder in de rechtbank in Rotterdam.


Bron: OM
 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF