Geen nieuw onderzoek in Dexia zaken

In hoger beroep is op 29 april 2014 uitspraak gedaan in de procedures van drie afnemers van effectenleaseproducten van Dexia. Het gerechtshof Amsterdam heeft geoordeeld dat er geen nieuw onderzoek komt naar het handelen van Dexia. Het volgt de conclusies van een eerder deskundigenrapport van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). 

Heeft Dexia de aandelen wel gekocht?

De afnemers hadden overeenkomsten van effectenlease gesloten met Dexia (voorheen Bank Labouchere N.V. / Legio-Lease) en hadden na afloop daarvan een restschuld aan Dexia. Varde Investments (Ireland) heeft de vorderingen op de afnemers van Dexia overgenomen. Varde vordert nu betaling van de restschulden.

De afnemers hebben in deze zaak betoogd dat Dexia ten behoeve van de leaseproducten geen of in beperkte mate aandelen had gekocht en behouden. Dexia zou hebben volstaan met het aanschaffen van opties om de aandelen aan het einde van de looptijd te kunnen leveren, of zij zou ten behoeve van leaseproducten aangekochte aandelen aan derden hebben overgedragen. Als geen aandelen door Dexia zijn gekocht en behouden, kan volgens de afnemers aan het einde van de leaseovereenkomsten ook geen restschuld zijn ontstaan.

Onderzoek door de AFM

De vraag of Dexia wel ten behoeve van de leaseovereenkomsten aandelen had gekocht en behouden, is in het verleden al eerder gesteld. Het gerechtshof Amsterdam heeft mede naar aanleiding van die vraag een onderzoek laten uitvoeren door de AFM. Dat was ter voorbereiding op de uitspraak van 25 januari 2007 waarbij het gerechtshof een schikking (ook wel de Duisenberg-regeling genoemd) tussen Dexia en verschillende belangenorganisaties ‘algemeen verbindend’ heeft verklaard.

De AFM heeft naar aanleiding van de vragen van het gerechtshof op 9 november 2006 een deskundigenrapport uitgebracht. Daaruit blijkt onder andere dat het aantal aandelen dat door Dexia is aangehouden niet noemenswaardig afweek van het aantal aandelen dat volgens de cliëntenadministratie van Dexia nodig was voor de leaseovereenkomsten.

Geen reden tot twijfel

Het gerechtshof vindt dat op grond van het betoog van de afnemers er onvoldoende reden is om te twijfelen aan de juistheid van de eerdere conclusies van de AFM. Het heeft de afnemers dan ook op dit punt in het ongelijk gesteld.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF