'Facetten van medeplegen'

Drie door de auteur geciteerde recente arresten van de Hoge Raad (HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474 (Overzichtsarrest medeplegen); HR 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1964 (Nijmeegse scooterzaak) en HR 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3099) bieden een overzicht van het geldend recht ten aanzien van de drie belangrijke facetten van medeplegen. Tegelijkertijd roept ieder arrest ook vragen op. In her eerste arrest formuleert de Hoge Raad aandachtspunten voor de beoordeling of in een concreet geval is voldaan aan de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van een strafbaar feit. Het tweede en derde arrest zijn in het bijzonder relevant voor de casus waarin de uitvoering van het gezamenlijk plan anders is dan beoogd : binnen welke grenzen is de medepleger aansprakelijk voor gedragingen van zijn mededader en de gevolgen daarvan, die de medepleger zich vooraf niet of anders heeft voorgesteld? De overwegingen in de Nijmeegse scooterzaak hebben in het bijzonder betrekking op de begrenzing van de deelnemingsvorm: de bewuste en nauwe samenwerking. Welke samenhang moet bestaan tussen een gedraging van de mededader en de voorafgaande samenwerking, wil die gedraging kunnen worden toegerekend aan de medepleger? Het derde arrest draait om het medeplegen van een opzetdelict: welke eisen worden gesteld aan het opzet van de medepleger?

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF