Ex-inspecteur gezondheidszorg moet schadevergoeding betalen

Een voormalig inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg moet 30.000 euro betalen voor de schade die hij heeft veroorzaakt door onwaarheden over een vaatchirurg te verspreiden. Dat heeft de Centrale Raad van Beroep gisteren besloten. Het ontslag van de ambtenaar wordt niet teruggedraaid; zijn verweer dat hij klokkenluider was, slaagt niet.

Inkomensverlies

Anders dan de rechtbank Groningen vindt de Centrale Raad van Beroep besliste – de hoogste rechter op het gebied van onder meer het ambtenarenrecht - dat de ambtenaar moet betalen omdat hij eigenmachtig en te vroeg een klacht tegen de vaatchirurg indiende bij het medisch tuchtcollege. De ambtenaar stuurde bovendien een brief naar de toezichthouder in het land waar de vaatchirurg werkte. Daarin stelde hij, in strijd met de waarheid, dat de chirurg geschorst was. De chirurg mocht daardoor niet langer werken en leed inkomensverlies. De Inspectie trok de klacht later in, betaalde schadevergoeding aan de chirurg en wil daarvan 30.000 euro terug van de ambtenaar.

Eerder gewaarschuwd

Op een ambtenaar kan schade verhaald worden als die opzettelijk is veroorzaakt of het gevolg is van bewuste roekeloosheid. Daarvan is volgens de Centrale Raad van Beroep in dit geval sprake. De ambtenaar heeft zich niet gehouden aan de procedure, die inhoudt dat een klacht door twee personen moet worden ondertekend en eerst moet worden besproken in het tuchtoverleg. Verder zijn de parafen nodig van de hoofdinspecteur en het hoofd juridische zaken. De ambtenaar wist dat het onderzoek tegen de vaatchirurg nog niet was afgerond. Hij had in een eerdere zaak al eens een waarschuwing gekregen voor eigenmachtig optreden.

Geen spoed

Anders dan de ambtenaar stelde, was er geen sprake van zodanige spoed dat afstemming met de hoofdinspecteur onmogelijk was. Uit het dossier blijkt evenmin dat de ambtenaar, gelet op de maatschappelijke belangen, aan de procedureregels voorbij mocht gaan en als klokkenluider kon worden aangemerkt. Dit betekent dat de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en dat de minister 30.000 euro schadevergoeding van de ambtenaar mag vorderen.

Vertrouwensbreuk

De minister mocht de man ontslaan, vindt Centrale Raad van Beroep net als rechtbank. Er is een zodanige vertrouwensbreuk ontstaan dat verdere samenwerking niet mogelijk is. De ambtenaar liet zich niet aanspreken op eigenmachtig optreden en hield daardoor onvoldoende rekening met het mogelijk ontstaan van reputatieschade en financiële schade voor de minister. De minister heeft geen overwegend aandeel gehad in de verstoring van de arbeidsverhouding en hoeft daarom geen extra ontslagvergoeding te betalen. De gewone uitkering die de ambtenaar krijgt, plus een voorziening voor outplacement, is voldoende.

Het oordeel van de Centrale Raad van Beroep is een eindoordeel. Partijen kunnen tegen deze uitspraak geen hoger beroep instellen.

Bron: de Rechtspraak

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF