Europese aanpak belastingfraude

Staatssecretaris Weekers van Financiën informeert de Eerste Kamer over de reactie op motie-De Vries over de Europese aanpak van belastingfraude.

Nederlandse inzet binnen de EU met betrekking tot belastingfraude en belastingontwijking

Het vraagstuk van internationaal opererende bedrijven die mede door gebruikmaking van het gebrek aan onderlinge samenhang van de verschillende nationale rechtssystemen in staat zijn de totale belastingdruk te beïnvloeden, is een mondiaal vraagstuk dat primair om een mondiale oplossing vraagt. Om deze reden werkt Nederland actief mee aan de werkzaamheden die in het verband van de OESO plaatsvinden om dit vraagstuk te adresseren. Wanneer binnen het BEPS-project (Base Erosion and Profit Shifting) tastbare resultaten worden geboekt, zal dit tevens bijdragen aan de bestrijding van belastingfraude en belastingontwijking binnen de EU. Initiatieven die in het kader van de EU worden ontwikkeld, zullen altijd goed met de OESO moeten worden afgestemd.

Wanneer dergelijke EU-initiatieven daadwerkelijk belastingfraude en belastingontwijking aanpakken, transparantie vergroten en de interne markt versterken, dan staat Weekers daar in beginsel positief tegenover. Zo heeft Nederland zich als één van de eerste lidstaten aangesloten bij het G5-initiatief op het gebied van automatische uitwisseling van informatie.

Ontwikkelingen binnen de EU

De volgende ontwikkelingen met betrekking tot belastingfraude en belastingontwijking hebben zich dit jaar binnen de EU voorgedaan.

EC-Actieplan

Een jaar geleden, op 6 december 2012, heeft de Europese Commissie haar Actieplan ter versterking van de strijd tegen belastingfraude en belastingontduiking gepresenteerd. Deze mededeling van de Commissie ging vergezeld van twee aanbevelingen: de aanbeveling met betrekking tot maatregelen om derde landen aan te moedigen minimumnormen voor goed bestuur in belastingzaken toe te passen en de aanbeveling over agressieve fiscale planning4.

Mede naar aanleiding van het Actieplan zijn binnen de EU verschillende initiatieven ontplooid in relatie tot de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking en verbetering van transparantie. Het in het Actieplan aangekondigde voorstel tot wijziging van de Moeder-dochterrichtlijn is op 25 november 2013 door de Commissie gepubliceerd. Door dit voorstel wordt een concrete bepaling ingevoerd om de ongewenste effecten van hybride financieringsovereenkomsten tegen te gaan en wordt de anti-misbruikbepaling in de Moeder-dochterrichtlijn herzien. Het kabinet zal spoedig een appreciatie van het voorstel geven. Deze zal in de vorm van een BNC-fiche naar de Staten- Generaal worden gestuurd.

De werkzaamheden van de EU-Gedragscodegroep die met name bestaan uit het beoordelen van belastingregimes die potentieel schadelijke belastingconcurrentie vormen, zijn voortgezet. In een subgroep die rapporteert aan de Gedragscodegroep worden oplossingen onderzocht voor dubbele niet-belasting veroorzaakt door hybride entiteiten of hybride vaste inrichtingen. Hierbij is afstemming met soortgelijke onderzoeken in OESO-verband belangrijk.

Ook op het gebied van de btw zijn maatregelen genomen ter bestrijding van fraude. De lidstaten hebben ingestemd met het snellereactiemechanisme, waardoor in het geval van plotselinge, omvangrijke fraude een lidstaat de mogelijkheid kan krijgen de afdracht van btw te verleggen naar de afnemende ondernemer. Ook is de lijst met goederen en diensten uitgebreid waarop lidstaten de verleggingsregeling mogen toepassen zonder voorafgaande derogatie.

Voor de overige in het EC-Actieplan genoemde initiatieven verwijs ik, behalve naar de kabinetsreactie van 30 augustus, naar het BNC-fiche dat over het Actieplan is opgesteld5.

Country-by-country reporting

Zoals de ministers van Veiligheid en Justitie en Financiën de Tweede Kamer in antwoord op Kamervragen van de leden Merkies en Klaver hebben laten weten, geeft Nederland volop steun aan het groeiende aantal internationale initiatieven tot bevordering van transparantie door middel van belastingrapportages. Daarbij heeft Nederland aandacht voor de mogelijk negatieve economische consequenties van publieke beschikbaarheid van deze informatie en voor een goede afstemming met reeds bestaande transparantieverplichtingen. In overeenstemming met deze lijn neemt Nederland op dit moment deel aan de besprekingen over een richtlijnvoorstel waarin country-by-country reporting mogelijk gaat worden vastgelegd.

Uitwisseling van inlichtingen

Tijdens de Europese Raad van mei 2013 is besloten om voor het einde van 2013 een akkoord te bereiken over de Spaartegoedenrichtlijn. Dit besluit biedt ook een nieuw perspectief op de huidige vastgelopen onderhandelingen over de Spaartegoedenrichtlijn.

De Spaartegoedenrichtlijn heeft als doel het verzekeren van een belastingheffing op inkomsten uit spaartegoeden die zich bevinden in een andere lidstaat. Op grond van deze richtlijn informeren de meeste belastingdiensten van de EU- lidstaten elkaar over grensoverschrijdende rentebetalingen aan natuurlijke personen binnen de EU. Luxemburg en Oostenrijk (voorheen ook België, tot 1 januari 2010) hebben, ter wille van hun bankgeheim, voor de optie gekozen om geen informatie uit te wisselen maar een bronheffing op de rentebetaling in te houden.

Verder zijn er besprekingen gaande over aanpassingen op het gebied van de administratieve samenwerkingsrichtlijn. In de OESO wordt gewerkt aan een Common Reporting Standard met als doel om automatische uitwisseling van informatie soortgelijk aan de FATCA-verdragen tot de mondiale standaard te maken. Deze standaard wordt nu geïncorporeerd in de administratieve samenwerkingsrichtlijn met het oogmerk om de automatische informatie- uitwisseling tussen de lidstaten te versterken en daarmee meer transparantie te creëren. In dat kader fungeert het G5-initiatief als kopgroep in de wereld om deze standaard als eerste te implementeren.

Belastingen in relatie tot de ‘digitale economie’

In aanloop naar de Europese Raad van oktober jl. heeft Frankrijk voorstellen gepresenteerd voor belastingen in relatie tot de ‘digitale economie’. Hiermee worden met name (Amerikaanse) internet- en softwarebedrijven bedoeld. Dit onderwerp zal in EU-verband verder worden bestudeerd door een High Level Expert Group on Taxation of the Digital Economy die voor dit doel door de Commissie in het leven is geroepen.

Nederland ziet geen aanleiding om bij belastingen een onderscheid te maken tussen de digitale economie en de ‘normale economie’. Daarnaast wordt in het kader van het BEPS-project van de OESO ook specifiek gekeken naar de uitdagingen van het belasten van bedrijven die digitale producten en diensten leveren.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF