Eis: gevangenisstraffen van 3,5 jaar voor BTW fraude en ‘anti-dumping fraude’

Het Openbaar Ministerie heeft in de rechtbank in Amsterdam gevangenisstraffen tot 42 maanden –waarvan zes maanden voorwaardelijk- geëist tegen een man en een vrouw die betrokken zijn bij de import van onder andere porselein uit China. Het OM verwijt hen te hebben gefraudeerd met de BTW voor circa 2.300.000 euro. Daarnaast zouden ze bij de invoer van het porselein een schijnconstructie hebben opgezet waardoor 2.350.000 euro aan invoerrechten en antidumpingrechten zijn ontlopen.

Uit onderzoek door de FIOD komt naar voren dat verdachten fraudeerden met omzetbelasting (BTW) om de schulden uit onder andere een eerder faillissement te kunnen betalen. Ze zouden onjuiste aangiften omzetbelasting hebben gedaan van 2011 tot aan de aanhouding van verdachten eind 2017. Het geld dat zij hiermee ‘verdienden’ zouden zij hebben witgewassen. Daarnaast zouden verdachten met valse facturen invoerrechten en antidumpingrechten hebben ontlopen. Om goederen uit onder andere China op de Nederlandse markt te brengen, zijn invoerrechten verschuldigd. Soms zijn er ook antidumpingrechten verschuldigd. Dumping is de verkoop van goederen op een buitenlandse markt tegen een lagere prijs dan op de thuismarkt. Met dumping wil een exporteur bijvoorbeeld een nieuw afzetgebied veroveren of overtollige voorraden kwijtraken. Dumping door buitenlandse bedrijven op de Europese markt is op zich niet verboden, maar als die leidt tot schade bij de industrie van de Unie kan de Europese Raad anti-dumpingmaatregelen nemen. Uit onderzoek blijkt dat de verdachten een schijnconstructie hebben opgezet om minder invoerrechten en een lagere antidumpingheffing te betalen. Zij deden dit ten behoeve van een ander bedrijf en ontvingen daarvoor commissie. De facturen waren vals, omdat daarin een lagere prijs was opgenomen, dan de prijs die deze goederen daadwerkelijk kostten. Hierdoor werden te weinig invoerrechten en antidumpingrechten betaald. Ook werd met deze facturen voorgewend dat de bedrijven van de man en vrouw de goederen inkochten, terwijl in werkelijkheid een ander bedrijf -dat van de lagere heffingen profiteerde- de goederen inkocht.

Ernstige feiten

“Het verbergen en verhullen heeft ook bij alle vennootschappen telkens plaats gevonden door middel van het doen van de onjuiste aangiften, waardoor de Belastingdienst de fraude niet anders dan door een boekenonderzoek op het spoor kon komen” zei de officier van justitie op zitting. Bij elkaar zouden de verdachten de staat hebben benadeeld voor circa 4.650.000 euro. Voor een bedrag van 2.300.000 euro hebben verdachten hier zelf van geprofiteerd volgens het OM. De andere 2.350.000 was het concurrentievoordeel van het bedrijf waarvoor de schijnconstructie werd opgezet. “Het gaat hier om zeer aanzienlijke bedragen, gedurende een lange periode. Verdachten hebben met hun handelen de fiscus en daarmee de Staat der Nederlanden en de samenleving voor een zeer aanzienlijk geldbedrag benadeeld, waarbij het persoonlijk gewin op de voorgrond stond.” En dat is ernstig vindt het OM: “Door het handelen van verdachten is het vertrouwen dat moet kunnen worden gesteld in fiscale aangiften ernstig geschaad. Het frauduleuze handelen is pas gestopt na de aanhouding van verdachten. Ook belastingcontroles konden verdachten niet stoppen; ze richtten gewoon een nieuwe vennootschap op en zochten een strovrouw aan. En ondertussen haalden ze geld van de bankrekeningen ter voorkoming van beslaglegging. Bij dit alles komt dat de schade wegens de belastingfraude naar verwachting -op de in beslag genomen gelden na- nooit meer volledig geïncasseerd kan worden. Dit terwijl verdachten goed hebben geleefd van het geld. Ze hadden twee woningen, reden in dure lease-auto’s en aten in dure restaurants.”

Strafeisen

De fraude met de invoerrechten waarvan verdachten weliswaar minder hebben geprofiteerd, is natuurlijk ook ondermijnend en concurrentievervalsend, zei de officier op zitting: “Het is stuitend om te zien hoe deze hele organisatie is opgetuigd en hoe gemakkelijk iedereen daaraan meedeed.” Het OM is van oordeel dat voor alle feiten gezamenlijk een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk passend en geboden is. Het OM vordert verder een proeftijd voor de duur van drie jaren als stok achter de deur, opdat verdachten niet opnieuw de fout in gaan. Het OM verzocht de rechtbank aan deze proeftijd als bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachten niet zonder toestemming van het OM directeur/bestuurder van rechtspersonen mogen zijn of ondernemingen op hun naam mogen hebben. Ten slotte vordert het OM de verbeurdverklaring van een aangetroffen bedrag van 73.404 euro en de onttrekking van een in de woning gevonden wapen en de munitie.

Bron: OM

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF